NFI kan fatale overdosis morfine nu ook opsporen bij wie al maanden dood is
In dit artikel:
Onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) hebben aangetoond dat een dodelijke morfine-overdosis ook maanden na overlijden nog kan worden opgespoord. Waar toxicologisch onderzoek tot nu toe vooral op bloed keek en praktisch alleen binnen de eerste vier weken bruikbaar was, blijkt dat spierweefsel uit de dij en hersenweefsel tot minstens dertien weken na overlijden stabiele morfinewaarden laten zien. In het onderzoek veranderde de concentratie in de grote dijspier na dertien weken het minst ten opzichte van andere weefsels.
Het vijf jaar durende project werd uitgevoerd op ARISTA, de wetenschappelijke begraafplaats naast Amsterdam UMC, met medewerking van forensisch archeologen, pathologen en toxicologen. De keuze voor dertien weken was een afweging: lang genoeg om relevante gevallen te dekken waarin lichamen pas na langere tijd worden gevonden, en kort genoeg om de veranderingen in lichaamssamenstelling nog goed te kunnen interpreteren.
Volgens hoofdonderzoeker Rogier van der Hulst vergroot deze methode de zekerheid bij strafrechtelijke onderzoeken en geeft het nabestaanden betere duidelijkheid over de doodsoorzaak. Dit jaar start het NFI vervolgonderzoek naar de vindbaarheid van andere stoffen, zoals bepaalde plantenvergiften, hoewel middelen beperkingen opleggen voor verdere studies.