New York wil met pied-à-terrebelasting 500 miljoen binnenhalen voor 'veiligere straten en schonere parken': is dat ook een idee voor Amsterdam?
In dit artikel:
New York heft sinds 1 juli een extra belasting op woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt. Het gaat om huizen met een waarde boven 5 miljoen dollar en appartementen of coöperatiewoningen vanaf 1 miljoen dollar. Afhankelijk van de waarde bedraagt de toeslag 0,8 tot 6,5 procent boven op de bestaande onroerendgoedbelasting.
Burgemeester Zohran Mamdani voert de maatregel in als onderdeel van zijn beleid om wonen betaalbaarder te maken. Vastgoedhoogleraar Stijn Van Nieuwerburgh van Columbia University noemt de belasting politiek aantrekkelijker dan een algemene verhoging van de onroerendgoedbelasting, omdat slechts een beperkte groep eigenaren wordt geraakt. Als de heffing de vraag naar tweede woningen vermindert, kan dat volgens hem ook de koop- en huurprijzen afremmen. Zekerheid over de gevolgen bestaat nog niet. Bijna 70 procent van de inwoners van New York huurt een woning.
De stad verwacht jaarlijks ongeveer 500 miljoen dollar op te halen. Dat geld moet onder meer worden besteed aan publieke voorzieningen zoals veiligheid en het onderhoud van parken. Inmiddels zijn circa 960.000 adressen onderzocht die mogelijk onder de regeling vallen, maar slechts ongeveer 17.000 eigenaren kregen eind juli bericht dat zij vermoedelijk belastingplichtig zijn. De inkomsten zijn belangrijk voor New York, dat wettelijk geen begrotingstekort mag hebben. Een vertrek van vermogende inwoners of bedrijven kan daarentegen inkomsten uit de lokale inkomstenbelasting kosten. Hedgefondsmanager Ken Griffin, eigenaar van een zeer duur appartement dat niet zijn vaste woning is, overwoog daarom zijn bedrijf naar Miami te verplaatsen. Uiteindelijk zette hij de bouw van een nieuw kantoor in Manhattan toch voort.
Ook Amsterdam onderzocht een heffing voor mensen met een pied-à-terre. PvdA, GroenLinks en D66 namen die in 2022 op in hun coalitieakkoord, met een verwachte opbrengst van ongeveer 2 miljoen euro. De gemeente concludeerde twee jaar later dat invoering niet haalbaar was, vooral omdat niet betrouwbaar kon worden vastgesteld wie een tweede woning bezit. Dat zou de regeling juridisch kwetsbaar maken.
Sinds 1 januari 2026 is in Amsterdam wel een vergunning nodig voor een tweede woning. Die wordt alleen onder specifieke voorwaarden verstrekt, bijvoorbeeld wanneer de eigenaar in de stad werkt, mantelzorg verleent of naar het buitenland verhuist na er langere tijd te hebben gewoond. De vergunning kost 461,40 euro en geldt drie jaar. Amsterdam telt naar schatting 2.500 pied-à-terres, aanzienlijk minder dan New York. Volgens hoogleraar Hans Koster van de Vrije Universiteit leveren de kleinere doelgroep en lagere vastgoedprijzen waarschijnlijk weinig belastingopbrengst op. Het bestrijden van leegstand zou voor Amsterdam effectiever zijn.
De Oranjezomer: Wilco van Schaik onder de indruk van Tadić: 'De Djokovic van het voetbal!'