Neurodiverse breinen op de werkvloer zijn een kracht, mits je er goed mee omgaat
In dit artikel:
Saskia Schepers pleit ervoor organisaties en scholen bewust te maken van neurodiversiteit: geen enkel brein werkt hetzelfde en dat levert zowel kansen als uitdagingen op voor werkvloer en onderwijs. Haar twee boeken — Als alle breinen werken (focus: werk) en Als alle breinen leren (focus: onderwijs) — vormen de basis van de praktische adviezen uit dit artikel.
Wat is het probleem? Steeds meer collega’s verschillen sterk in voorkeuren en werkwijzen: sommige mensen hebben behoefte aan structuur en stilte, anderen aan creatieve vrijheid en prikkels. Labels als autisme, ADHD, hoogbegaafdheid of dyslexie vallen onder ‘neurodivers’, maar veel mensen zijn ongediagnosticeerd. Organisaties die hier niet op aansluiten verliezen talent; in krappe arbeidsmarkten is aanpassen bovendien bijna een noodzaak.
Wat werkt wel? Schepers raadt aan diversiteit niet te reduceren tot HR-cijfers of een talent-PR-middel. In plaats van quotas of het uitvergroten van uitzonderlijke talenten — wat druk en onbedoelde verwachtingen kan creëren — moet de nadruk liggen op bedrijfscultuur: helder communiceren hoe men met elkaar omgaat, veilige en respectvolle werkomgevingen creëren en aantoonbaar inclusief handelen. Dat trekt een bredere groep aan en voorkomt dat neurodiverse mensen zich gedwongen voelen aan stereotype verwachtingen te voldoen.
Concrete instrumenten en werkwijzen die Schepers beschrijft:
- Spiky profile: geef aan waar iemands sterke kanten en pijnpunten zitten, zodat je realistische taken en verwachtingen kunt afstemmen.
- Energiedashboard: vijf knoppen (prikkels, sturing, samenwerking, werkritme, structuur) waarmee teamleden hun voorkeuren aangeven; dit helpt over- of onderprikkeling voorkomen en de juiste managementstijl kiezen.
- Breinhandleiding: een persoonlijk profiel met voorkeuren voor werkplek, communicatiestijl en taken, zodat collega’s weten hoe ze het beste kunnen samenwerken met iemand.
- Samendenksessie: een brainstormvorm waarbij deelnemers eerst hun denkstijl delen en daarna reageren op een vraag, wat leidt tot meer begrip en creatieve combinaties.
Praktische voorbeelden: rustruimtes, flexibele werktijden, duidelijk thuiswerkbeleid en concentratiewerkplekken. Leidinggevenden moeten bovendien alert zijn op het energiepeil van medewerkers, sociale regels expliciet maken en foutenruimte bieden — bij voorkeur vanuit nieuwsgierigheid in plaats van harde kritiek.
Waarom dit oplevert: anders denkende collega’s stimuleren innovatie doordat ze nieuwe denkroutes en invalshoeken toevoegen. Autistische medewerkers kunnen precisie en detailkracht brengen, ADHD’ers creativiteit en dynamiek, dyslectische medewerkers sterke logische en analytische vaardigheden — de juiste mix kan ‘magische’ resultaten geven.
Tot slot benadrukt Schepers dat werken en leren samenhangen: breinvriendelijke feedback en betrokkenheid van alle actoren (docenten, ouders, bestuurders) zijn cruciaal. De kernboodschap is helder: breek de norm, ontwerp werk- en leeromgevingen die verschillen omarmen en zet praktische tools in om die diversiteit productief en mensgericht te benutten.