Netten kosten 235 miljard en buurlanden profiteren, terwijl D66-minister Van Veldhoven het mkb 'in de kou' laat staan
In dit artikel:
Wetenschappers en energie-experts hebben op verzoek van de Tweede Kamer kritiek geuit op het geactualiseerde Nationaal Plan Energiesysteem 2026 (NPE 2026) van klimaatminister Stientje van Veldhoven. Volgens de aangehaalde factsheets van onder meer energiedeskundige Martien Visser, hoogleraar Reyer Gerlagh en onderzoeksinstituut TNO biedt het plan onvoldoende duidelijkheid over de gevolgen voor de economie, de concurrentiekracht en de betrouwbaarheid van de energievoorziening.
Visser stelt dat het kabinet belangrijke beleidskeuzes niet goed onderbouwt. Zo wordt volgens hem niet uitgewerkt wat het plan betekent voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven en zijn alternatieven onvoldoende onderzocht. Gerlagh vindt dat het NPE vooral blijft steken in algemene voornemens als verkennen, monitoren en nader onderzoeken, zonder concrete uitwerking.
De grootste praktische zorg betreft de keuze om bedrijven op grote schaal van aardgas naar elektriciteit te laten overstappen. Vooral het midden- en kleinbedrijf en industrieën die lage of middelhoge temperatuurwarmte gebruiken, zouden daardoor in de knel komen. Volgens Visser is de benodigde netcapaciteit de komende acht tot tien jaar, en mogelijk langer, niet beschikbaar. Tegelijkertijd stijgen de netwerktarieven en biedt het plan volgens hem weinig bruikbare alternatieven: CO2-opslag zou slechts voor een beperkte groep bedrijven beschikbaar zijn, waterstof komt langzaam op gang en hybride oplossingen krijgen onvoldoende steun. Daardoor zouden bedrijven kunnen worden gedwongen hun activiteiten te beperken of uiteindelijk te sluiten.
Ook de netbeheerders zouden onvoldoende zijn betrokken bij de gevolgen van de voorgestelde elektrificatie. Zij waarschuwen volgens de factsheets dat het elektriciteitsnet de extra vraag nauwelijks kan verwerken en pleiten voor meer inzet op groen gas en erkenning van hybride warmtepompen. Het NPE bevat volgens Visser geen volledige analyse van de benodigde netuitbreiding.
De financiële gevolgen kunnen volgens de aangehaalde rapporten zeer groot zijn. In het investeringsplan FIEN 2026 ramen de netbeheerders de totale investeringen in energie-infrastructuur tot 2040 op 235 miljard euro, waarvan ongeveer 90 procent voor het elektriciteitsnet. Die raming gaat uit van 30 gigawatt windenergie op zee, terwijl het NPE 36,5 gigawatt noemt. Volgens Visser zou iedere extra 10 gigawatt nog circa 34 miljard euro aan netinvesteringen kunnen vergen. Hij waarschuwt bovendien dat Nederland in het huidige marktmodel wel de netkosten en subsidies draagt, terwijl buurlanden kunnen profiteren van goedkope stroom bij een groot aanbod van windenergie.
TNO nuanceert daarnaast de belofte dat het systeem maatschappelijk goedkoop zou worden. Lage totale systeemkosten betekenen volgens het instituut niet automatisch betaalbare energie voor huishoudens of rendabele investeringen voor bedrijven. Visser verwacht dat consumenten en ondernemers te maken krijgen met hogere belastingen en heffingen, stijgende elektriciteitstarieven en eveneens hogere kosten voor het gasnet doordat daar minder gebruik van wordt gemaakt.
Verder is de doelstelling voor warmtenetten in bestaande woningen volgens TNO verlaagd van 500.000 naar 200.000 extra aansluitingen in 2030. Ook acht het instituut het wettelijke doel van 55 procent CO2-reductie in 2030 niet haalbaar binnen de huidige plannen.
Ten slotte waarschuwen TNO en netbeheerder TenneT voor toenemende risico’s voor de elektriciteitsvoorziening vanaf 2030. Vooral tijdens koude, windstille periodes kan de vraag hoog zijn terwijl gascentrales nodig blijven en de gasaanvoer onder druk kan staan. De auteur gebruikt deze kritiek om het klimaatbeleid fel aan te vallen en pleit in plaats daarvan voor het behoud van aardgas, steun aan het mkb en een grotere rol voor kernenergie.
Vandaag Inside: René van der Gijp wil Marcos Leonardo eindelijk eens zien scoren: 'Ik ga de training bezoeken!'