'Nestlé wachtte tien dagen met melden van besmetting babymelkpoeder'

vrijdag, 30 januari 2026 (10:16) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Nestlé bleek volgens Le Monde al eind november 2025 te weten dat er cereulide — een giftige stof gemaakt door Bacillus cereus — in babymelkpoeder aanwezig was, maar meldde de besmetting pas op 9 december aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) nadat een Nederlands intern controlesysteem een probleem signaleerde. Op 10 december werden andere landen, waaronder Frankrijk, geïnformeerd en begonnen terugroepacties; Nestlé zegt dat het eerst de risico’s wilde beoordelen voordat het de autoriteiten inschakelde.

Volgens Le Monde en een anonieme bron wist het bedrijf mogelijk al op 10 december waar de besmetting vandaan kwam, terwijl Nestlé stelt dat de herkomst pas officieel op 23 december vastgesteld werd. Onderzoek wees uit dat de oorzaak niet in de Nederlandse fabriek lag maar in een vervuild ingrediënt van een externe leverancier; het Franse ministerie van Volksgezondheid noemt een Chinese leverancier als mogelijke bron.

Cereulide veroorzaakt maagklachten, misselijkheid, braken en buikpijn en kan bij jonge kinderen, vooral baby’s onder zes maanden, tot gevaarlijke uitdroging leiden. Er bestaat geen wettelijke grenswaarde voor cereulide, maar toezichthouders zoals de EFSA benadrukken dat producten die de gezondheid van kinderen in gevaar brengen niet op de markt mogen komen. Juist de vertragingen en onduidelijkheid over wanneer Nestlé precies op de hoogte was, hebben veel vragen opgeroepen.

Consumentenorganisatie Foodwatch heeft een klacht ingediend tegen Nestlé en ook tegen de Franse producenten Lactalis en Vitagermine; in de aangifte zitten acht gezinnen wiens kinderen ziek werden na het drinken van mogelijk besmette babymelk. De bedrijven worden onder meer beschuldigd van het in gevaar brengen van baby’s en het misleiden van consumenten. Daarnaast loopt een onderzoek naar de dood van twee baby’s die de aangetaste melk hadden gekregen.

De zaak raakt aan grotere thema’s van bedrijfsverantwoordelijkheid, traceerbaarheid in internationale toeleveringsketens en de snelheid van meldingsprocedures bij voedselveiligheidsrisico’s.