Nergens in Europa zit zo veel ketamine en mdma in het rioolwater als in Amsterdam
In dit artikel:
Onderzoek van het EU-drugsagentschap (EUDA) naar sporen in rioolwater, uitgevoerd afgelopen voorjaar in 115 steden in 25 Europese landen, laat zien dat Amsterdam opnieuw koploper is in Europa voor ketamine- en mdma-resten. Nederland noteerde voor ketamine een stijging van ruim 40 procent ten opzichte van 2024 en staat op de Europese ranglijst in de top drie achter België en Duitsland. Ook Utrecht en Eindhoven laten meer ketaminesporen zien; Rotterdam minder, maar blijft in de Europese top 20. Berlijn, dat dit jaar voor het eerst meedeed, staat op de tweede plaats.
De monsters werden dagelijks genomen gedurende één normale week (zonder feestdagen of grote festivals) zodat weekpatronen zichtbaar werden. Cocaïne en mdma pieken vooral tussen vrijdag en maandag met een top op zondag, wat wijst op hoofdzakelijk recreatief weekendgebruik. Amsterdam blijft ook Europese koploper voor mdma, al zijn de gevonden sporen daar voor het eerst sinds de pandemie iets afgenomen; in Rotterdam bleef het niveau gelijk.
Antwerpen leidt in cocaïnegebruik, een trend die sterk is in west- en zuideuropese steden en over de jaren stijgt in langlopende deelnemers. Cannabis blijft in absolute zin het meest gebruikte middel; enquêtegegevens geven ongeveer 8 procent van de volwassenen in Europa die het afgelopen jaar cannabis gebruikte, en in het rioolwater waren er geen grote veranderingen. Methamfetamine blijft in Nederland historisch weinig gevonden maar is populairder in Oost-Europa. Amphetamines laten grote stadsverschillen zien; per duizend inwoners zijn concentraties in Eindhoven, Utrecht en Rotterdam hoger dan in Amsterdam.
KWR leverde de Nederlandse data aan; onderzoekers waarschuwen dat de toename van ketaminesporen mogelijk structureel is, aansluitend op eerdere Belgische bevindingen over een opgaande trend. Rioolwateranalyse blijft zo een bruikbaar instrument om regionale en temporele ontwikkelingen in drugsgebruik te monitoren.