Nep-rechts valt door de mand: Eerdmans (JA21) gebruikt dode Fortuyn om Wilders te bashen

donderdag, 7 mei 2026 (14:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Precies 24 jaar na de moord op Pim Fortuyn beschuldigt het stuk Joost Eerdmans (leider van JA21) ervan Fortuyns nalatenschap uit te verkopen door hem op nationale televisie te gebruiken om Geert Wilders te diskwalificeren. Op de ochtendshow Goedemorgen Nederland (WNL) stelde Eerdmans dat Fortuyn veel "beschaafder" en respectvoller was dan Wilders, een vergelijking die de auteur van het artikel ziet als een berekende zet om Wilders te treffen en zichzelf populair te maken bij de Haags‑Hilversumse elite.

De kritiek spitst zich toe op het motief en de consequenties: volgens het stuk gaat Eerdmans niet de strijd aan met het kabinet‑Jetten (het zogenaamde “rampkabinet”), maar richt hij zijn pijlen binnen rechts om goedkeuring van het politieke centrum en de media te verwerven. Die tactiek wordt betiteld als hypocriet en opportunistisch: in plaats van samen met PVV (26 zetels na de verkiezingen van oktober 2025) en FVD de doorbraak te zoeken tegen wat de auteur ziet als een “D66‑dictaat”, zou JA21 zich als zachtgekookte VVD‑variant profileren en de rechtse oppositie ondermijnen.

De schrijver noemt WNL cynisch het ideale toneel voor dit spel — een zender die als rechts wordt verkocht, maar volgens de tekst dienstbaar is aan het partijkartel. Ook wordt gewezen op een bredere historische ironie: Fortuyn werd ten tijde van zijn leven en na zijn dood door elites gedemoniseerd, en het gebruik van zijn naam nu om Wilders te stigmatiseren is volgens de auteur een misplaatsing van geheugen en intentie. Als Fortuyn het huidige Nederland zou zien — met problemen rond asielopvang, vermeende onveiligheid en een onverkozen premier — zou hij volgens het artikel eerder de gevestigde orde belagen dan de toon van een oppositieleider bekritiseren.

Politiek inhoudelijk pleit het stuk voor eendracht aan de rechterflank tegen kabinet en bestuurlijke elite en roept het op om “de ware vijand” in het Catshuis en de ministeries te blijven zien, niet in collega‑oppositie. Eerdmans wordt weggezet als “nuttige idioot” voor premier Jetten: zijn opmerking zou de rechtse beweging verzwakken en daarmee het kartel in het zadel houden.

Het artikel eindigt met een morele veroordeling van wat men noemt het “misbruiken” van Fortuyns sterfdag en een oproep tot steun aan DDS in de strijd tegen wat de auteur ziet als nep‑rechts en een falend partijkartel. Kortom: een felle veroordeling van Eerdmans’ optreden als opportunistische breuk met wat de schrijver beschouwt als de échte erfgenamen van Fortuyns politieke koers.