Nek-aan-nekrace in nieuwe peiling: PvdA, GroenLinks en D66 strijden om grootste te worden

donderdag, 19 februari 2026 (08:31) - Het Parool

In dit artikel:

De strijd om de grootste partij in Amsterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart is ongekend open: een eerste peiling van Onderzoek en Statistiek (O&S), in opdracht van Het Parool en AT5, plaatst PvdA, GroenLinks en D66 vrijwel nek aan nek. De peiling, afgenomen van 27 januari tot en met 9 februari onder 1.354 Amsterdammers, geeft PvdA 17,8% (9 zetels), GroenLinks 16,2% (8 zetels) en D66 15,4% (8 zetels). Na de verkiezingen zullen PvdA en GroenLinks één fractie vormen; gezamenlijk zouden zij veruit de grootste zijn.

Het beeld lijkt sterk op de uitslag van 2022: de PvdA houdt stand, GroenLinks en D66 winnen licht. Voor D66 geldt echter dat het landelijke succes zich niet volledig vertaalt naar lokaal niveau: in november haalde D66 in Amsterdam nog bijna 24% bij de Kamerverkiezingen, terwijl de peiling nu op 15,4% uitkomt. Coalitiepartijen samen groeien licht ten opzichte van vier jaar terug, maar juist de eerste plek blijft cruciaal omdat de grootste partij doorgaans het initiatief neemt bij coalitievorming.

Aan de rechterzijde is grote winst uitgelopen: VVD zakt naar 7,4% en zou met 4 zetels uitkomen — een historisch laag aantal en één zetel minder dan nu. JA21 stijgt naar 5,5% (3 zetels), FvD komt uit op 3,4% (1 zetel). De peiling werd rond het moment afgewerkt waarop er nog geen ophef en cordon sanitaire rond FvD speelde; mogelijke effecten daarvan zijn dus niet zichtbaar in deze meting.

De Partij voor de Dieren boekte de grootste winst buiten de top drie en staat op 8,1% (4 zetels). Volt en SP blijven stabiel op circa 4,2% (2 zetels), Denk haalt 4,3% (2 zetels) — een tegenvaller ten opzichte van zijn sterke landelijke score. Bij1, dat eerder drie zetels haalde maar sindsdien is gesplinterd, zakt naar 3,5% en zou nog 1 zetel overhouden. Kleinere en nieuwe lijsten zoals BBB, 50Plus, De Vonk, ChristenUnie en Partij voor Morgen lijken vooralsnog buiten de raad te blijven; ook andere lokale nieuwkomers hebben volgens de onderzoekers weinig kans om de kiesdrempel te halen.

O&S waarschuwt dat de onderlinge verschillen klein zijn — één of twee procentpunt kan de verhouding flink veranderen — en dat peilingen slechts momentopnames zijn. Opkomst blijft een bepalende factor: bij de vorige raadsverkiezingen lag die onder de 50%. Nationale ontwikkelingen en deelname van expats kunnen de einduitslag nog beïnvloeden. Een tweede peiling verschijnt op 16 maart, twee dagen voor de stembusgang.