Negen of acht wethouders? Politieke onderhandelingen gaan ook over de hoeveelheid stoelen
In dit artikel:
In de onderhandelingen over de nieuwe Amsterdamse coalitie draait het niet alleen om inhoudelijke ambities, maar in hoge mate om wie er aan tafel zit en hoeveel macht elke partij krijgt. Vier jaar terug koos het PvdA/GroenLinks/D66-drietal al voor een negende wethouder — officieel vanwege stadsgroei, maar vooral om politiek evenwicht: zo kreeg elke partij drie posten. Die extra plek is inmiddels ingeburgerd, ondanks de meerkosten van circa 1,2 miljoen euro per jaar; de raadszaal en personele vacatures zijn er al op ingesteld.
Nu spelen dezelfde overwegingen opnieuw. PRO (de bundeling van PvdA en GroenLinks) en D66 voeren harde onderhandelingen over portefeuilles, het aantal wethouders per partij en de samenstelling van stadsdeelbesturen. D66 ligt dwars omdat bij de verkiezingen zij tweede werden en niet willen eindigen in een ongelijk 6‑3-rijtje; een 5‑4-verdeling of een andere compensatie voelt politiek eerlijker voor hen.
Ook de bestuurslaag in de stadsdelen is onderwerp van discussie. Burgemeester Halsema stelde voor het aantal stadsdeelbestuurders van drie naar twee per deel te brengen, wat de coalitieverdeling zou vereenvoudigen: één bestuurder voor PRO en één voor D66 per stadsdeel. Tegenargumenten komen van ambtelijk hervormer Tijs van Lieshout, die pleit voor meer uitvoeringkracht en bestuurlijke regie — een derde bestuurder kan volgens hem helpen koers te houden.
Stadsdeelposten zijn niet alleen praktisch; ze fungeren als kweekvijver voor talent, beloning of subtiele politieke verschuivingen. De onderhandelaars hebben naast een vermoedelijke doorbraak in het gevoelige woondossier dus óók de verdeling van invloed en stoelen te verdelen.