Nederlandse waanzin: Chemiefabriek Rotterdam afgebroken en heropgebouwd in Oman

maandag, 16 februari 2026 (14:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Een grote chemische installatie van Indorama Ventures in de Rotterdamse haven is recent ontmanteld en per schip 11.000 kilometer verplaatst naar de haven van Sohar (Oman), waar hij in een vrijhandelszone opnieuw wordt opgebouwd als joint venture met het Havenbedrijf Rotterdam. De fabriek leverde grondstoffen voor recyclebare PET-flessen, een schakel in de Nederlandse ambitie voor een circulaire economie.

Volgens het artikel is de verhuizing het directe gevolg van economische druk: in Nederland zouden energiekosten (volgens het stuk tot vier keer hoger), stijgende loonkosten en strenge milieu- en vergunningsregels productie onhaalbaar maken. In Oman kan de fabriek draaien met goedkopere energie en minder strikte eisen, waardoor hetzelfde product weer beschikbaar komt maar voortaan buiten Europa wordt gemaakt.

De verplaatsing roept sterke kritiek op. Een hoge ambtenaar noemt de gang van zaken beschamend, en brancheorganisatie VNCI waarschuwt dat de productie steeds verder uit Europa wegtrekt terwijl de vraag hier blijft bestaan. De auteur betoogt dat dit leidt tot economische afhankelijkheid (van olieproducerende staten en buitenlandse producenten), banenverlies in Nederland en verplaatsing van CO2-uitstoot: op papier daalt Nederlandse uitstoot, maar de werkelijke emissies verhuizen mogelijk naar landen met minder strenge regels en worden later per schip teruggehaald.

Het stuk is uitgesproken politiek en bevat oproepen tot verzet en financiële steun voor de publicatie zelf. Belangrijke onderliggende thema’s zijn de spanning tussen klimaat- en industriebeleid, het risico van “carbon leakage” (verplaatsing van vervuilende productie naar het buitenland) en de kwetsbaarheid van toeleveringsketens als strategische industrieën verdwijnen.

Extra context: verplaatsing van chemische productie naar regio’s met lagere energieprijzen is een bekend verschijnsel in mondiale industrieën en roept beleidsvragen op over concurrerende energieprijzen, industrieel vestigingsklimaat en Europese strategische autonomie.