Nederlandse vissers gebruiken nieuwe methode, maar willen niet weten wat die met de visstand doet

maandag, 6 april 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Nederlandse visserij schakelde na het Europese verbod op pulsvissen snel massaal over op de flyshoot-techniek: kabels in een ruitvorm over de bodem verdrijven vis in netten. De methode is efficiënt, brandstofzuinig en volgens voorstanders minder bodembelastend, maar richt zich vooral op soorten zonder quota (zoals inktvis, rode poon en mul), die daardoor in onbeperkte hoeveelheden mogen worden gevangen. Dat maakt flyshoot bijzonder aantrekkelijk nu voor soorten als makreel strenge vangstbeperkingen gelden.

De schaalvergroting is opvallend: van de 24 Nederlandse vergunningen voor vissen in het Kanaal worden er inmiddels 22 door flyshooters gebruikt. Een groot deel van de hoogste opbrengsten op veilingen komt van dit segment; in 2025 verdiende het onder Engelse vlag varende schip Henk Senior de hoogste netto-omzet op de veiling in Urk. Ook rederijen als Cornelis Vrolijk spelen een belangrijke rol en veel schepen varen onder Nederlandse eigenaren maar onder Engelse of Franse vlag.

Die expansie valt samen met groeiende kritiek van kleine Franse en Britse vissers, die al generaties op dezelfde soorten vissen en stellen dat de grote flyshootschepen hun vangst weghalen en lokale visserijen ondermijnen. Pogingen tot een internationaal herenakkoord liepen jaren vast. In november 2024 bereikten visserijorganisaties uit Nederland, België en Frankrijk een gentlemen’s agreement met beperkingen (grote schepen niet binnen negen mijl van de kust, maximaal acht dagen flyshooten per twee weken in het Kanaal en grotere maaswijdte). Een deel van de vloot, met name schepen onder Engelse vlag, tekende echter niet.

In de praktijk nam de visactiviteit verder toe: de Nederlandse vloot was vorig jaar ongeveer 13 procent langer op zee; analyses op basis van AIS-data tonen een toename van 18 procent in visuren in het Kanaal en Wageningen Social and Economic Research noteerde een 12 procent hogere vangst. Voor kotters onder Engelse vlag maar in Nederlandse handen was de stijging in de periode december 2024–december 2025 zelfs circa 38 procent.

Een essentieel probleem is dat veel van de doelsoorten “data-arm” zijn: er ontbreekt fundamentele kennis over populatieomvang en de staat van soorten als inktvis, rode poon en mul. Zonder betrouwbare data is toetsing op overbevissing moeilijk en worden beheersmaatregelen vaak pas genomen als de vis al sterk is afgenomen. De logische uitwijk naar niet-gequoteerde soorten verhoogt volgens onderzoekers het risico op ongereguleerde druk en mogelijk instorten van die bestandsdelen.

Om die kennislacunes aan te pakken heeft het ministerie via de Nationale Wetenschapsagenda 4,78 miljoen euro beschikbaar gesteld voor een zesjarig onderzoeksprogramma (‘NWA Kennis over onbeschermde soorten voor duurzaam visserijbeleid’). Wageningen Marine Research (WMR) werkte een voorstel uit en zocht samenwerking met wetenschappers, ngo’s, keurmerken en de sector. Maar de visserijorganisaties haakten af: vissers vrezen dat nieuw inzicht leidt tot beperking of quotering van de soorten waarop zij nu vrij kunnen vissen. Dat wantrouwen bemoeilijkt participatie; WMR-projectleider Tobias van Kooten waarschuwt dat hetzelfde politieke patroon kan ontstaan als bij pulsvissen, waarbij onderzoek en besluitvorming te laat kwamen.

Het subsidievoorstel is ingediend zonder formele deelname van de sector; of het geld wordt toegekend wordt op 10 juni bekendgemaakt. Tot die tijd blijft onduidelijk hoeveel vis er werkelijk over is en groeit de kans dat door voortdurende uitbreiding van de flyshootvloot kleinschalige vissers in Frankrijk en het Verenigd Koningkrijk structureel de dupe worden — en dat ecologische schade ontstaat die met weinig data moeilijk te keren is.