Nederlandse softporno, goud van oud
In dit artikel:
In de jaren tachtig zorgde Jef Rademakers’ tv-avontuur Pin Up Club voor één van de schaamteloosste primeurs op de Nederlandse buis: softporno op landelijk televisie. Die stap kwam niet uit het niets. Decennia eerder had oud-porno-ster Diane de Koning al geprobeerd de huiskamer te verleiden via Omroep Veronica, en pionier-regisseur Willem Batenburg bracht met films als Pruimenbloesem (ongeveer 200.000 bezoekers) en Een schot in de roos de Nederlandse publieksmarkt voor softporno op gang. Batenburg investeerde persoonlijk—met onder meer 25.000 gulden hypotheek—en haalde extra geld binnen; hij beschreef zijn escapades later in de autobiografie Het komt allemaal weer omhoog (2006).
De juridische en culturele context was bepalend: in 1977 bepaalde een besluit van minister van Justitie Dries van Agt dat pornovoorstellingen alleen in zaaltjes met maximaal 49 stoelen mochten plaatsvinden. Een jaar later leidde de vertoning van Deep Throat voor grotere publiek tot een strafrechtelijke affaire. Tegen het einde van de jaren tachtig viel dat verbod weg, waarna Rademakers zijn kans greep en amateurs uitnodigde huisvideo’s in te sturen. De programma’s bevatten expliciete fragmenten, gastoptredens (onder anderen Vanessa en later gastvrouw Wendy van Wanten) en complacente reacties in de pers; advertenties werden deels geweigerd door kranten als De Telegraaf.
Rademakers zei later glashelder waarom hij het deed: hij gaf openlijk toe dat hij gewoon van blote meiden houdt en dat hij het leuk vindt daarnaar te kijken. Wat toen als schokkend en grensverleggend werd gezien, ligt nu in een ander moreel landschap — bloot op tv is minder sensationeel, al blijken nieuwe vormen van preutsheid en conditioneringen (bijvoorbeeld duurzaamheidlabels) de discussie opnieuw te kleuren.