Nederlandse predikanten reisden naar Nigeria. „Wij hebben de vervolgde kerk meer nodig dan zij ons"
In dit artikel:
Acht Nederlandse hervormde predikanten reisden vorige maand met Open Doors naar Nigeria op uitnodiging van lokale voorgangers. In gesprekken en bezoeken aan dorpen en kampen hoorden zij indringende getuigenissen over geweld tegen christenen, het ontstaan van gewelddadige groepen en het dagelijks lijden van ontheemden. De reis werd besproken in de pastorie van Groot-Ammers; twee deelnemende predikanten, ds. Hak en ds. Verheij, delen daar hun indrukken.
Nigeria staat hoog op de ranglijst van Open Doors voor landen met christenvervolging (zevende plek) en rapporteert al jaren de meeste christendoden wereldwijd. Veel aanvallen worden volgens de gesproken voorgangers voorafgegaan door Fulani-herders die zich vestigen bij christelijke dorpen, eerst ogenschijnlijk vreedzaam maar later informatie vergaren waarna strijdgroepen toeslaan. Het resultaat: dorpen worden verwoest, kerkleiders vaak als eerste doelwit, en miljoenen christenen in Sub-Sahara-Afrika zijn ontheemd geraakt; in de tekst wordt het cijfer van ongeveer 16,2 miljoen genoemd.
De ontheemden belanden veelal in kampen binnen Nigeria (internally displaced people) waar de leefomstandigheden slecht zijn: tekorten aan voedsel, onveilige situaties en volgens de predikanten corruptie binnen leiding en gebrek aan bescherming door politie, leger en overheid. De Nigeriaanse overheid spreekt liever van etnisch of landconflict dan van religieuze vervolging, maar aanwezige getuigenissen tonen volgens de bezoekers duidelijk religieuze componenten: bij aanvallen wordt soms “Allahu Akbar” geroepen en slachtoffers krijgen de vraag om Jezus af te zweren.
Emotionele scènes markeerden de reis: een groep knielende Nigeriaanse pastors en een intens debat over het recht op zelfverdediging van gezinnen raakten de Nederlandse predikanten diep. In sober verloop van gebed en tranen deelde men zowel woede als vergeving en de smeekbede om gerechtigheid. De ervaring confronteerde ds. Hak vooral met zijn eigen en die van westerse kerken “lauwheid”; hij constateert dat ontmoeting met vervolgde christenen vernieuwend en wakkermakend werkt. Ds. Verheij worstelt met heraarden in Nederland na het zien van zulke andere nood en geestelijke solidariteit.
Als vrucht van de reis pleiten de predikanten voor meer concrete verbondenheid binnen de wereldwijde kerk: langere en regelmatige diensten van westerse voorgangers in buitenlandse kerken om te leren, bidden en praktisch te ondersteunen. De ontmoeting laat zien dat het Nederlandse kerkelijk leven zowel uitnodigt tot zelfonderzoek als tot directe betrokkenheid bij vervolgde christenen elders.