Nederlandse overheid treft schikking met familie van in Den Haag vermoorde Iraniër

donderdag, 26 maart 2026 (20:31) - NOS Nieuws

In dit artikel:

De Nederlandse staat heeft een schikking getroffen met de familie van Ahmad Mola Nissi, de Iraanse dissident die in 2017 in Den Haag werd doodgeschoten. Dat bevestigt de advocaat van de nabestaanden aan Nieuwsuur. Met de schikking voorkomt de familie een rechtszaak en ontvangt zij een niet-openbaar gemaakt geldbedrag; formeel erkent de staat daarmee geen aansprakelijkheid, maar volgens advocaat Barbara van Straaten voelt de overeenkomst als erkenning van het geleden leed en van het standpunt van de familie dat de overheid meer had kunnen doen.

Nissi was leider van een afscheidingsbeweging van de Ahwazi-Arabieren en vluchtte in 2006 naar Nederland, waar hij met zijn gezin in Den Haag ging wonen. Hij kreeg herhaaldelijk bedreigingen; de AIVD waarschuwde hem en de familie verhuisde. Volgens een anonieme getuige was een door Iran gestuurd asielzoeker betrokken bij voorbereidingen voor een moord op Nissi. De politie kreeg meerdere meldingen van intimidatie en bedreiging, maar in 2017 werd Nissi op klaarlichte dag voor zijn woning doodgeschoten. De nabestaanden bekritiseren dat relevante informatie niet voldoende werd gedeeld met het Openbaar Ministerie en dat zij niet goed zijn geïnformeerd.

Regering en inlichtingendienst reageerden pas later duidelijker: in 2019 zei toenmalig minister Stef Blok dat er sterke aanwijzingen zijn dat Iran opdracht gaf voor de moord, waarna Nederland sancties instelde en twee Iraanse diplomaten uitriep. In 2023 erkende de AIVD — na onderzoek van Argos — dat er fouten waren gemaakt en dat informatie over de dreiging tegen Nissi had moeten worden doorgestuurd, maar de dienst wil inhoudelijk niet op individuele casussen reageren.

De zaak kwam jarenlang niet voor de rechter omdat geen verdachten waren gevonden; vorig jaar werden echter drie personen in Nederland aangehouden en DNA uit 2017 wees ook naar een Bulgaar die buiten Nederland vastzit voor een andere moord. Het Openbaar Ministerie zegt dat het onderzoek nog loopt en het is onduidelijk of en wanneer rechtszaken worden gestart. De kwestie past in een breder patroon van aanslagen of pogingen op Iraanse tegenstanders in Nederland (2015, 2024), waarbij inlichtingendiensten Iran aanwijzen als opdrachtgever maar het in de rechtbank vaak moeilijk is dat bewijs te leveren. Intussen leeft onder Iraniërs in Nederland grote angst en dringt de Tweede Kamer al jaren aan op een meldpunt voor bedreigde diasporagroepen — zo’n centraal meldpunt is er nog niet.