Nederlandse nachtvlindernamen herzien
In dit artikel:
In Nederland en België bestaan meer dan 2.000 nachtvlinder‑soorten en voor al die soorten is een Nederlandse naam vastgesteld. Omdat vernamen het vak toegankelijker maken en stabiliteit bieden wanneer wetenschappelijke namen door herindelingen veranderen, zijn die namen bedacht om herkenning en determinatie te vergemakkelijken. Uit onderzoek bleek echter dat sommige gekozen Nederlandse namen misleidend zijn en zelfs tot foutieve determinaties leiden. Daarom is de Werkgroep Vlinderfaunistiek (WVF) — met leden uit de secties Ter Haar (macro’s), Snellen (micro’s), De Vlinderstichting én twee Vlaamse deskundigen — in het najaar van 2024 begonnen met een herziening van de lijst; de discussie liep tijdens de winter door. De resultaten zijn in maart 2026 gepubliceerd.
Van de in Jeroen Voogds Het Nachtvlinderboek voorgestelde hernamen zijn vrijwel alle aanbevelingen overgenomen; drie voorstellen zijn echter verworpen. Twee Theria‑soorten krijgen niet de eerder gekozen “sleedoornspanner/meidoornspanner”-namen, omdat meidoorn als waardplant in België wél voorkomt; die soorten heten nu naar hun vliegtijd “vroege” en “late winterspanner”. De lange gebruikelijke naam “bosbesuil” voor Conistra vaccinii blijft gehandhaafd ondanks suggesties voor “variabele winteruil”, omdat de oude naam ingeburgerd en beter bruikbaar is.
De werkgroep voegde tevens Nederlandse namen toe aan soorten die recent aan de landelijke faunakaart zijn toegevoegd. Omdat er de komende jaren waarschijnlijk vaker nieuwe soorten opduiken, vraagt de WVF waarnemers en redacties om voorgestelde Nederlandse namen vooraf met de werkgroep te bespreken. Dat moet voorkomen dat onjuiste of verwarrende namen in omloop raken en later weer moeten worden aangepast. De volledige gewijzigde lijst is online raadpleegbaar; contact kan voorlopig via sectie Snellen of via leden van de werkgroep.