Nederlandse industrie rekent hoge oorlogsprijzen door aan afnemers
In dit artikel:
De afzetprijzen van Nederlandse industriebedrijven zijn in april sterk omhooggeschoten: het CBS meldde een jaar-op-jaarstijging van 4,9 procent, tegen 1,4 procent in maart. Daarmee keerde een periode van vier opeenvolgende maandelijkse prijsdalingen om. De omslag hangt samen met de fors opgelopen energieprijzen na het uitbreken van het conflict in het Midden-Oosten (vaak aangeduid als Iranoorlog).
Ruwe North Sea Brent steeg op jaarbasis met ruim 47 procent in april (in maart was dat ongeveer +27%; in februari lag de olieprijs nog circa 18 procent lager dan een jaar eerder). Ook internationale signalen zijn zorgelijk: de Wereldbank waarschuwde eind april dat energieprijzen in 2026 mogelijk met ongeveer 24 procent stijgen, en de gemiddelde benzineprijs in de EU steeg tussen eind februari en eind april met circa 12 procent.
Hoge producentenprijzen vormen een risico voor de Nederlandse consumenteninflatie omdat bedrijven stijgende inkoopkosten vaak doorberekenen; de inflatie in Nederland kwam in april uit op 2,8 procent (tegen 2,7 procent in maart). De producentenprijsindex omvat onder meer chemie, staal en aluminium, machines, verwerkte voedingsmiddelen en bouwmaterialen zoals cement en bakstenen.
Vandaag Inside: Frenkie de Jong bijt van zich af: 'Heel veel mensen snappen niks van voetbal!'