Nederlandse hulp voor Oekraïne doelwit: 'Onderscheid militair en civiel vervaagt'

zondag, 22 februari 2026 (12:45) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Nederlandse hulporganisaties die hulpgoederen naar Oekraïne sturen, kampen met gerichte aanvallen en vermoedelijke sabotage, zeggen betrokkenen. Eerder deze week waarschuwden Nederlandse inlichtingendiensten voor een toename van hybride aanvallen die vermoedelijk vanuit Rusland worden uitgevoerd. Organisaties die zich inzetten voor humanitaire hulp voelen zich daardoor steeds vaker als doelwit van een conflict waarin de grens tussen militair en civiel steeds vager wordt.

LifeLine Ukraine kreeg vorig jaar juni van de Oekraïense veiligheidsdienst een waarschuwing dat een vrouw door Russische contacten was benaderd met de opdracht — en een geldbedrag — om een aanslag op het Oekraïense kantoor van de stichting te plegen. Explosieven en voorbereidingen werden door de veiligheidsdienst ontdekt en zo werd een aanslag verijdeld. Kort daarna werd een opslagloods van LifeLine in Kiev door vier Shahed-drones getroffen; foto’s tonen de verwoesting, maar er vielen geen doden.

Ook Friese Rijders heeft te maken met directe schade: rond de jaarwisseling werd een busje met Nederlandse voedings- en medische hulp in Oekraïne door een drone geraakt. De vracht—onder andere dozen macaroni—absorbeerde veel van de klap, waardoor de bestuurder het overleefde maar gehoorverlies opliep. Protect Ukraine meldt incidenten in Polen waarbij wielen van voertuigen losraakten tijdens het rijden; monteurs keurden de auto’s vóór vertrek, waardoor betrokkenen sabotage niet uitsluiten. Stichting Samen voor Oekraïne verloor een busje door brand voor het huis van de oprichter, tegelijk met een hack van de website; de oorzaak wordt als opzettelijk gezien, maar leidde niet tot aanhoudingen.

Analisten van instituut Clingendael, zoals Koen Aartsma, plaatsen deze incidenten in een breder patroon: Rusland probeert logistieke routes en wapen- en hulpleveringen te verstoren — van spoorlijnen in Polen tot vrachtwagens en zelfs hulpbusjes — en gebruikt daarbij zowel directe als ontkenbare (hybride) middelen. Hulporganisaties worden daardoor onbedoeld onderdeel van het strijdveld.

Als reactie hebben organisaties hun werkwijze aangepast: ritten worden pas na afloop gedeeld, chauffeurs blijven kort in Oekraïne en ver van de frontlijn, voertuigen worden samen gecontroleerd en telefoons in speciale tasjes vervoerd. LifeLine houdt voortdurend contact met militaire en lokale autoriteiten. Jeroen Ketting (LifeLine Ukraine) vatte de omslag in het hulpwerk samen: "Je bent gewoon belangeloos met humanitair werk bezig, dan verwacht je natuurlijk niet dat je doelwit wordt." Veel hulpverleners voelen dat de onschuld van hun werk is verdwenen en zoeken naar manieren om veiligheid en hulpverlening in balans te houden.