Nederlandse economie bergafwaarts door oorlog Iran

maandag, 18 mei 2026 (08:33) - Indepen

In dit artikel:

In mei 2026 blijft het conflict rond Iran — ondanks een aangekondigde wapenstilstand — de Nederlandse economie duidelijk beïnvloeden. Centraal staan oplopende energieprijzen en de bredere verstoringen in handels- en grondstoffenmarkten, met directe gevolgen voor inflatie, consumenten- en producentengedrag, en de exportpositie.

Inflatie en prijsdruk
Na een periode van dalende inflatie in 2024–2025 is de prijsstijging opnieuw aan het aantrekken. Het CBS rapporteerde 2,7% inflatie in maart 2026 (2,4% in februari) en een snelle raming voor april van bijna 3%. Voor het hele jaar wordt gerekend op inflatie boven de 3% als het conflict vóór de zomer eindigt; bij een langere oorlog lopen de verwachtingen nog verder op. De directe drijfveer is de stijging van energie- en olieprijzen, die producentenkosten opdrijven en deels aan consumenten worden doorberekend.

Langeretermijneffecten op voedselprijzen
Economisten van RaboResearch wijzen erop dat hogere kosten voor kunstmest en grondstoffen pas na een lange vertraging (circa 21 maanden) volledig doorwerken in levensmiddelen- en kledingprijzen. Dat betekent dat, zelfs als het conflict snel stopt, de inflatoire nasleep vanaf eind 2027 goed merkbaar kan zijn in supermarkten en winkels.

Consumenten- en producentenvertrouwen
Het consumentenvertrouwen kelderde fors: van -30 in maart naar -44 in april 2026 — de op één na grootste daling sinds metingen begonnen in 1986. Huishoudens verwachten hogere prijzen en economische verslechtering en stellen grote aankopen uit. Omdat particuliere consumptie een belangrijke groeimotor is, kan die terughoudendheid direct remmend werken op detailhandel, horeca, recreatie en woninginrichting. Ook producenten zijn nerveus; het vertrouwen in de industrie stond in april licht negatief (-0,7). Orders daalden in sectoren als textiel, hout- en bouwmaterialen en chemie met meer dan 10%, wat straks effect kan hebben op werkgelegenheid.

Arbeidsmarkt en groei
De arbeidsmarkt blijft voorlopig relatief sterk: werkloosheid is laag en personeelstekorten duren naar verwachting voort. De Miljoenennota verwacht een economische groei van circa 1,4% in 2026, maar de feitelijke groei in het eerste kwartaal was zeer mager (0,1%). Als die traagheid aanhoudt, kan de reële groei dit jaar uitkomen op ongeveer 0,4% — veel lager dan de officiële raming.

Export en logistieke risico’s
De oorlog raakt ook de export via meerdere kanalen: hogere transport- en verzekeringskosten, duurdere energie, verstoorde handelsroutes en dalende internationale vraag. De scheepvaart en logistiek volgen de situatie rond de Straat van Hormuz nauw, omdat een groot deel van de wereldolie daarlangs gaat. Rabobank en andere analyses verwachten daardoor een veel lagere exportgroei in 2026 dan eerder voorzien.

Scenario’s en risico’s
Samen vormen deze ontwikkelingen een risico op stagflatie: stagnerende economische groei gecombineerd met aanhoudend hogere prijzen, mogelijk vanaf eind 2026 of begin 2027. Als het conflict langer duurt en olie- en gasprijzen langdurig hoog blijven, verslechteren de prognoses verder. Daarnaast wijst de auteur op bredere fiscale spanningen: de combinatie van oorlogskosten (zoals steun aan Oekraïne) en hogere importprijzen kan de financiële druk op de Nederlandse verzorgingsstaat vergroten.

Kortom: hoewel Nederland geografisch ver van Iran ligt, zijn de economische gevolgen concreet en breed: hogere inflatie, scherp gedaald consumentenvertrouwen, druk op producenten en export, en een reële kans op lagere groei gekoppeld aan blijvend hogere prijzen.