Nederlandse apparatuur op Antarctica gezet voor belangrijk klimaatonderzoek

maandag, 16 februari 2026 (06:45) - RTL Nieuws

In dit artikel:

Het Instituut voor Marien en Atmosferisch onderzoek (IMAU) uit Utrecht heeft recent een reeks meetinstrumenten op de Larsen C-ijsplaat (ongeveer zo groot als Nederland) geplaatst om te onderzoeken hoe sneeuw smelt en water vasthoudt — de zogeheten sponswerking. De apparatuur, die vorig jaar zomer eerst in de Zwitserse bergen werd getest en daarna naar Antarctica verscheept, stuurt meetgegevens via satelliet terug naar Utrecht. Die informatie moet helpen bij nauwkeuriger voorspellingen van de toekomstige zeespiegelstijging.

Onderzoekers willen vooral weten of smeltwater in de bovenlaag blijft en opnieuw bevriest, of juist naar beneden wegzakt en bijdraagt aan het verzwakken en afbreken van ijsplaten. Dat laatste is kritisch omdat drijvende ijsplaten als een rem werken op landijs; zonder die ‘dam’ kunnen gletsjers sneller in zee stromen en de zeespiegel veel hoger doen uitkomen. Voor Nederland, grotendeels onder zeeniveau, zijn zulke veranderingen van groot belang: onderzoek wijst uit dat het smelten van slechts twee West-Antarctische gletsjers (Thwaites en Pine Island) wereldwijd minstens een meter zeespiegelstijging kan veroorzaken — langs de Nederlandse kust mogelijk 1,25 meter.

De plaatsing van de instrumenten ging niet zonder problemen. Vanuit de Britse onderzoeksbasis Rothera vlogen teams met een klein ski-vliegtuig naar Larsen C, maar de weersomstandigheden waren vrijwel constant slecht. Onderzoeker Maurice van Tiggelen vertelt dat er uiteindelijk één geschikte dag was; ter plaatse moesten ze uren ijs wegkappen om bestaande apparatuur te vrij te krijgen, terwijl de piloot voortdurend de ski’s en weersomstandigheden controleerde.

Parallel daaraan vond begin dit jaar op de Thwaites-gletsjer — de zogeheten ‘Doomsday-gletsjer’, even groot als Groot-Brittannië — voor het eerst warmwaterboringsonderzoek plaats om te bepalen hoe snel en waarom het ijs van onderaf smelt. Teamleden sliepen in tenten op het ijs en werkten met helikopters die vanaf een schip opereerden; het schip kon gebieden bereiken die vroeger door zee-ijs waren afgesloten, wat het dramatische en snelle ijsverlies in beeld brengt. Een schip met zo’n veertig wetenschappers is inmiddels vertrokken richting Zuid-Korea.