Nederlands grootste tafeltennisser Bettine Vriesekoop over de film 'Marty Supreme': 'De echte Marty was een tafeltennisser van wereldklasse'
In dit artikel:
Timothée Chalamet kreeg een derde Oscar‑nominatie voor zijn hoofdrol in Marty Supreme, de nieuwe film van Josh Safdie, waarin hij de historische Amerikaanse tafeltennisser Marty Reisman vertolkt. De film is in de VS uitgegroeid tot een onverwachte hype: niet zozeer vanwege de sport zelf, maar door een heuse merchandise‑cultus en generaties die zich vergapen aan het jaren‑vijftig American‑college‑imago rond het personage.
Omdat de Nederlandse release pas later volgt, reis ik naar Londen om de film te zien in Electric Cinema (Notting Hill): een nostalgische bioscoop met leren fauteuils en kelners — een setting die de schrijver direct aan de Britse oorsprong van tafeltennis doet denken. In de tekst wordt kort de historie van de sport geschetst: ontstaan in Britse salons, verspreiding via het Britse rijk naar Azië, Japanse technische innovatie (zoals de penhoudergreep) en de latere massale adoptie in China, dat onder Mao tafeltennis tot volkssport maakte; en tenslotte de doorbraak van de pingpongdiplomatie richting de wereldpolitiek in de jaren zeventig.
Marty Reisman zelf was in de jaren vijftig en zestig een van Amerika’s beste hardbat‑spelers: lang en slank, beroemd om zijn sierlijke stijl en onverzettelijkheid om met het traditionele houten bat te blijven spelen. Het harde houten batje — zonder sponsrubber — hield volgens hem het spel “eerlijk en puur”, maar toen sponsrubber en effectservices het spel veranderden, verloor hij zijn voorsprong. In de film en in archiefbeelden (onder andere een optreden bij David Letterman) verschijnt Reisman als een excentrieke, charismatische figuur die na zijn sportcarrière als entertainer doorgaat — een soort tafeltennisinge Globetrotter die showelementen toevoegt aan zijn spel.
De film mengt feiten en fictie. In Marty Supreme worden iconische gebeurtenissen — zoals Reismans nederlaag tegen de Japanner Satoh (in de film Endo) die sponsrubber introduceerde en zo het tij keerde — dramatisch opgevoerd en soms herschikt. De film toont ook een gesitueerde revanche in Tokio, gesponsord door een rijke mecenas, die in het verhaal Reismans status herstelt en hem tot held in twee werelden maakt. In werkelijkheid bleef Reisman actief als ‘money player’ en entertainer; zijn rol in de overgang van old‑school naar moderne materialen is genuanceerder dan de film soms suggereert.
Persoonlijke anekdotes in het stuk geven de context van die tijd: de schrijver zag Reisman in Los Angeles (1995) en plaatst hem naast andere groten uit de tafeltennisgeschiedenis. Ook deelt hij eigen ervaring met de frustratie van materiaalverschillen — een nederlaag in 1983 tegen Ni Xialian illustreert hoe spin en rubber het spel radicaal kunnen veranderen, net als Satoh dat in de jaren vijftig deed.
Thematisch gaat Marty Supreme volgens de schrijver verder dan sportnostalgie. Safdie gebruikt Reismans verhaal als venster op naoorlogs Amerika: de combinatie van talent, eigenzinnigheid, ambitie en zelfdestructie; de Joodse achtergrond van de protagonist en de sociale spanningen van de tijd; en de manier waarop technologische verandering zowel sport als levens kan bepalen. Dat verklaart volgens de auteur de brede aantrekkingskracht van de film: mensen raken niet alleen geïnteresseerd in obscure sporthistorie, maar herkennen universele verhalen over falen, roem en de illusie van grootsheid.
Kort: Marty Supreme wekt met Chalamet een vergeten sportheld tot leven en gebruikt diens lot — veroudering van techniek, showmanship en persoonlijke worsteling — om een bredere satire op de Amerikaanse samenleving en het succesdenken bloot te leggen. Voor leken is het een meeslepende karakterstudie; voor tafeltenniskenners roept het herkenbare nostalgie en debat op over de invloed van materiaal en commercie op de sport.