Nederlands chemiebedrijf leverde willens en wetens grondstoffen voor Iraaks gifgas
In dit artikel:
Op 15 juni begint het hoger beroep van vijf Iraanse slachtoffers van gifgasaanvallen uit de oorlog tussen Irak en Iran (1980–1988) tegen de rechtsopvolger van het Arnhemse bedrijf Melchemie, dat in de jaren tachtig grondstoffen aan Irak leverde. Follow the Money reconstrueerde aan de hand van nooit eerder openbaar gemaakte documenten — waaronder een strafdossier in het Gelders Archief, interne notities van Melchemie en stukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken — dat de directie destijds op de hoogte was van het risico dat geleverde chemicaliën voor wapendoeleinden zouden worden gebruikt, maar desondanks doorging met de handel.
Belangrijkste feiten: in 1984 leverde Melchemie circa 1.000 ton thionylchloride aan Irak, een stof die zowel in de landbouw kan dienen als in de productie van zenuw- en mosterdgassen. Op 2 april 1984 waarschuwde Barend ter Haar, deskundige op chemische wapens bij Buitenlandse Zaken, de directie van Melchemie dat er in Irak aanwijzingen waren voor de bouw van meerdere fabriekjes voor zenuwgassen en dat Irak al mosterdgas inzette in de oorlog. Ter Haar deed dat in opdracht van minister Hans van den Broek en premier Ruud Lubbers; Nederland zat toen tijdelijk in de Veiligheidsraad en had meegewerkt aan een veroordeling van Irak wegens gebruik van chemische wapens.
Verdere diplomatieke signalen kwamen uit Washington en Londen: Amerikaanse en Britse diplomaten informeerden Nederland dat Irak grote hoeveelheden voorlopers voor mosterdgas probeerde in te kopen en noemden Melchemie expliciet. Ondanks die waarschuwingen hield de Arnhemse onderneming vast aan leveranties. Interne notities van Melchemie laten zien dat bezwaren van Buitenlandse Zaken bekend waren, maar financiële belangen — een lokale vestiging in Irak, uitstaande bankgaranties en contractuele verplichtingen ter waarde van ongeveer 10 miljoen gulden — wogen zwaarder. De directie weigerde orders te annuleren.
In een procedure in 2023 stelde de rechtsopvolger van Melchemie (Otjiaha/Otjiha) dat er destijds geen vergunningplicht bestond en dat het bedrijf niet wist dat de Irakezen van plan waren wapens te produceren; de rechtbank volgde dat oordeel en oordeelde dat het gebruik van mosterdgas toen nog niet in brede kring bekend was. De nu gepubliceerde archivalia ondermijnen dat standpunt: gesprekken, notities en buitenlandse inlichtingen lieten volgens Follow the Money zien dat Melchemie wel degelijk op de hoogte was van concrete risico’s en waarschuwingen.
De slachtoffers worden bijgestaan door advocaat Liesbeth Zegveld. Juridisch en moreel valt het handelen van Melchemie slecht te praten, aldus oud-Hoge Raad-raadsheer en strafrechtprofessor Ybo Buruma: na de expliciete melding van Buitenlandse Zaken op 2 april had de onderneming direct moeten stoppen; het beroep op zogenaamde dual-use (civiele toepassingen) is na zo’n waarschuwing niet houdbaar.
Opvallend is ook de persoonlijke nalatenschap van hoofdrolspeler Hans Melchers, die lange tijd publiek prominent bleef, grote kunstcollecties oprichtte en tot zijn overlijden in november 2023 zijn betrokkenheid in het Irak-dossier bleef bagatelliseren. De ontvouwing van deze documenten plaatst de handel van Nederlandse chemicaliën tijdens de oorlog in een nijpend ethisch en juridisch daglicht en vormt de kern van het hoger beroep dat morgen begint.
De Oranjezomer: Victor Vlam over 'Alle witte mannen naar achteren'-oproep van Sophie Straat: 'Dit is discriminatie!'