Nederlanders wonen te ruim en dat is niet houdbaar, zeggen experts: 'Vierkante meters zijn scheef verdeeld'
In dit artikel:
Een recent rapport van ABN Amro zette vorige week de discussie over het Nederlandse woningaanbod op scherp: er zou een overschot aan grondgebonden eengezinswoningen zijn ten opzichte van wat de woonmarkt nodig heeft. UvA-stadsgeograaf Cody Hochstenbach rekende voor dat wanneer huishoudens met te veel woonruimte gemiddeld 11 vierkante meter zouden afstaan, het huidige woningtekort theoretisch opgelost zou zijn. Dat is een gedachte-experiment, benadrukt hij: niemand wordt verplicht ruimte in te leveren, maar het illustreert de scheve verdeling van woonoppervlak in Nederland.
Feitelijk wonen Nederlanders relatief ruim: gemiddeld is er zo’n 53 m² per persoon beschikbaar. Meer dan de helft van de huishoudens beschikt volgens Hochstenbach over overtollige of sterk overtollige woonruimte (circa 48% respectievelijk 7%). Tegelijkertijd ligt de gemiddelde nieuwbouwwoning nog rond de 120 m², terwijl huishoudens gemiddeld uit twee personen bestaan. Dat roept de vraag op of we bij nieuwbouw niet vaker kleinere, compactere woningen moeten realiseren.
Niet iedereen deelt die conclusie. Hoogleraar Friso de Zeeuw wijst op ander onderzoek waarin blijkt dat veel doorstromers en starters juist de voorkeur geven aan eengezinswoningen; onder starters zou ongeveer 37% een huis met tuin prefereren, en voor 65-plussers is de doelgroep voor appartementen relatief klein. Volgens critici is het dus te simpel om individuele woonvoorkeuren te negeren bij beleidskeuzes.
Hochstenbach waarschuwt dat het collectieve gevolg van iedereen hun eigen grote woonwens volgen kan leiden tot verrompeling en uitgespreide suburbs, met nadelige sociale en milieu-effecten. Appartementen bieden bovendien voordelen qua nabijheid van voorzieningen en minder autogebruik. Daarnaast spelen klimaatdoelen: kleinere, compactere bouw draagt volgens hem bij aan verlaging van CO2-uitstoot.
Kortom: de discussie draait om een spanningsveld tussen diepgewortelde woonwensen (huizen met tuin) en ruimtelijke, sociale en ecologische realiteiten die een heroverweging van woninggrootte en type bij nieuwbouw kunnen rechtvaardigen.