Nederlanders gelost uit kopgroep, favorieten maken het elkaar lastig op Mortirolo
In dit artikel:
De zeventiende etappe van de Giro d’Italia, gestart op 12.50 uur in San Michele all’Adige en met de finish in Bormio na zo’n 155 kilometer, beloofde opnieuw een uitdagende bergrit. De route kende drie beklimmingen, waarbij de Passo del Tonale en de iconische Passo del Mortirolo de zwaarste waren. Hoewel de renners de minder steile zijde van de Mortirolo beklommen, bleef het stijgingspercentage met 7,6 procent over 12,6 kilometer zwaar. Na de Mortirolo volgde een afdaling en vervolgens nog een klim naar Le Motte (3,1 km à 8,1%), voordat het parcours afliep richting Bormio, bekend van Vincenzo Nibali’s overwinning in 2017.
Tijdens de etappe ontstond een kopgroep van ongeveer 38 renners, waaronder Nederlandse favorieten als Kelderman, Kruijswijk, Lemmen, Van Baarle en Pluimers. Toch slaagde vooral Brandon McNulty (UAE), de hoogst geplaatste renner in de kopgroep (14e op 7 minuten 43), erin vooruit te rijden. Achter deze groep reden favorieten zoals Daniel Martínez, Romain Bardet en Afonso Eulálio, maar de Nederlanders verloren terrein en Antonio Tiberi leek zijn top 10-positie te verliezen.
De groep koplopers hield een voorsprong van ongeveer drie minuten op het peloton, waar ploeggenoot Polti het tempo bepaalde en probeerde renners naar de aanvallers te loodsen. Ondertussen verloor de kopgroep capaciteit onder aanvoering van Kruijswijk, die het zwaar kreeg maar nog steeds mee was in een versnelde strijd om een gunstige positie. De finish beloofde spannend te worden, mede door het verloop van de klimmen en de strategische bewegingen in de laatste vijftig kilometer. De race bleef dynamisch met nog geen definitieve uitbraak, wat de etappe onvoorspelbaar maakte voor renners en kijkers.
Vandaag Inside: Johan Derksen over aanbod tot samenwerking van JA21, SGP en BBB: 'Ruikt naar chantage!'