Nederlanders drinken steeds minder alcohol. Dat maakt de industrie nerveus

woensdag, 14 januari 2026 (11:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Alcohol is nog altijd het populairste genotsmiddel in Nederland, maar de vanzelfsprekendheid ervan wordt langzaam ter discussie gesteld. De consumptie daalt al zo’n veertig jaar en kwam in 2024 uit op ongeveer 6,2 liter pure alcohol per persoon, met een versnelde terugloop sinds 2022. Die statistiek gaat samen met een groeiende publieke en wetenschappelijke aandacht voor de schadelijke effecten van alcohol en een voorzichtig veranderende norm rond drinken.

Praktische signalen van die kentering zijn al zichtbaar: medische organisaties en tijdschriften mijden alcoholcadeaus, initiatieven als Dry January (IkPas) winnen aan populariteit, en uitgaansvormen zonder middelen — de zogeheten sober- of sober-curious-evenementen — trekken publiek. Alcoholvrije alternatieven zoals alcoholvrij bier, kombucha en nieuwe producten met ontspannende kruidenextracten (onder meer ontwikkeld door David Nutt en zijn bedrijf Sentia) vinden een markt.

Waarom verandert het beeld? Wereldwijde en Nederlandse gezondheidsinstanties benadrukken dat er geen veilige hoeveelheid alcohol is en wijzen op verbanden met kanker, hart- en vaatziekten, dementie en mentale problemen. Het RIVM en de WHO rekenen alcoholgebruik mee in de ziektebelasting; de WHO stelt dat bijna tien procent van de sterfgevallen in Europa alcoholgerelateerd is. Ook wetenschappers zoals hersenonderzoeker David Nutt leggen uit hoe alcohol meerdere neurotransmitters beïnvloedt (GABA, dopamine, glutamaat), wat ontspanning en binding kan geven maar ook verslavings- en schadelijke effecten veroorzaakt.

De maatschappelijke aantrekkingskracht van alcohol blijft groot: ontspanning, sociale binding en cultureel beloonde spontaniteit spelen een rol. Filosoof Edward Slingerland wijst op de culturele functie van alcohol als een «shortcut» naar spontaniteit en verbinding. Tegelijk neemt het besef toe dat die voordelen niet opwegen tegen de gezondheidskosten en maatschappelijke schade. KWF en andere organisaties begonnen recentelijk met campagnes die expliciet waarschuwen voor gezondheidsrisico’s — iets wat tot voor kort ondenkbaar was.

Beleidsmatig verschuift de focus van het individuele «redden» van probleemdrinkers naar het beïnvloeden van de drinkomgeving en normen. Experts verwijzen naar drie door de WHO aanbevolen 'best buys': hogere accijnzen, minder beschikbaarheid (minder verkooppunten, staatswinkels zoals in Scandinavië als voorbeeld) en strengere reclameregels. In Nederland groeit volgens sommige deskundigen het draagvlak om regels richting die «sweet spot» te verleggen: minder gezondheidsschade zonder het sociale aspect ten onrechte te verbieden.

De industrie staat op scherp. Interne documenten en onderzoek tonen dat bedrijven en branchevertegenwoordigers vaak maatregelen bestrijden en proberen gezondheidswaarschuwingen tegen te houden. Tegelijkertijd zoeken producenten strategisch naar nieuwe inkomsten: premiumisatie (duurdere producten, ook alcoholvrij) hield winsten op peil ondanks dalende volumes, en enkele bedrijven verkennen samenwerkingen om alcoholvrije of -vrije functionele dranken te ontwikkelen. Nutt meldt dat discussies die hem in 2009 nog verbaal de deur hebben gewezen nu tot serieuze gesprekken hebben geleid; Sentia bracht in 2025 een alcoholvrije whisky op de markt.

Er zijn tegenkrachten en vragen over de koers. Sommige deskundigen, zoals hoogleraar Arnt Schellekens, waarschuwen dat het vervangen van alcohol door andere stoffen geen garantie is voor een veilige of wenselijke sociale dynamiek: «drug», «set» en «setting» blijven cruciaal. Brigit Toebes (gezondheidsrecht) benadrukt dat beleid moet zoeken naar een balans tussen schadebeperking en behoud van autonomie en sociale waarde. Industrylobby reageert met argumenten over betutteling en wijst op de maatschappelijke waarde van gezelligheid en binding.

Op de vloer van de samenleving zijn de veranderingen concreet: mensen kiezen vaker bewust minder te drinken, jongeren drinken minder (na de leeftijdsverhoging van 16 naar 18 jaar in 2014 daalde het aantal minderjarige drinkers), en initiatieven als sober-feesten en Dry January laten zien dat alternatieven werken — onderzoek naar IkPas toont dat veel deelnemers langdurig minder drinken. Persoonlijke verhalen, zoals een interventie binnen vriendengroepen of het overstappen van een bier-app naar een hardloop-app, illustreren hoe normverandering in kleine kring kan beginnen.

De verwachting is dat denormalisering niet vanzelfsprekend en niet langzaam zal verlopen: de drankindustrie heeft veel te verliezen omdat een groot deel van de omzet van zware drinkers komt, en zij zullen maatregelen proberen tegen te houden. Tegelijk ontstaan er marktkansen voor alcoholvrije en -verminderde producten, en groeit het publieke debat over maatregelen die in andere landen al gangbaar zijn. Of alcohol het «nieuwe tabak» wordt, hangt af van politieke keuzes (accijnzen, beschikbaarheid, marketingregels), de mate waarin alternatieve sociale rituelen worden geaccepteerd, en de commerciële antwoorden van de industrie. De huidige signalen wijzen op een voorzichtige maar reële verschuiving: meer mensen vragen zich af of het ook minder of zónder kan — en dat maakt de toekomst van alcoholgebruik in Nederland onvermijdelijk onderwerp van maatschappelijke en politieke discussie.