Nederland wordt langzaamaan een preventiestaat, met een overheid die onzekerheid wil beheersen, maar wantrouwen creëert
In dit artikel:
In juli 2023 werd Ibrahim uit Tilburg tijdens een hotelovernachting in Burgos door Spaanse agenten opgepakt en twee nachten vastgehouden; later bleek hij zestig dagen in een detentiecentrum te hebben gezeten omdat Spanje hem sinds 2022 als persona non grata had aangemerkt — zonder dat hij of Nederlandse instanties ooit uitleg kregen waarom. Zijn advocaat Samira Sabir stuitte in procedures op deels zwartgemaakte documenten, maar het cruciale bewijs voor de Spaanse signalering ontbreekt. De Spaanse autoriteiten zeggen te handelen op basis van informatie uit Nederland; Nederlandse politie, Openbaar Ministerie, AIVD, NCTV en gemeente ontkennen een dossier te hebben. Deze ondoorzichtigheid illustreert volgens Sabir en mensenrechtenorganisaties hoe preventief toezicht mensen onzichtbaar kan treffen en grensoverschrijdend kan werken zonder duidelijke verantwoording.
De casus van Ibrahim wordt in het artikel geplaatst binnen een bredere ontwikkeling: de opkomst van een ‘preventiestaat’ waarin veiligheid primair wordt nagestreefd door vroegtijdig toezicht en preventie, en niet pas na concreet wangedrag. Overheidsinstanties registreren en analyseren burgers op basis van signalen of profielen — religieuze betrokkenheid, netwerken, gedragsveranderingen — en die instrumenten zijn niet langer beperkt tot terrorismebestrijding. Sinds 9/11 zijn vroegsignalering en risicoprofielen geïntroduceerd; sinds de coronaperiode kreeg lokaal bestuur extra bevoegdheden (cameratoezicht bij demonstraties, beeldanalyse) die grotendeels bleven bestaan. Amnesty, Controle Alt Delete en de nationale ombudsman Reinier van Zutphen waarschuwen dat die middelen de grondrechten onder druk zetten en leiden tot het stilvallen van spraak en organisatie.
Concreet werkt die preventielogica via diverse kanalen: lokale observaties en informanten, online monitoring van besloten groepen, drones en realtime beeldanalyse, betalingstracering, nationale inlichtingenstructuren en internationale uitwisseling via Europol, Interpol en liaison-officieren. In sommige gemeenten functioneren gezamenlijke trajecten als de Persoonsgerichte Aanpak (PGA) als knooppunten waar politie, gemeente, zorg en veiligheidsdiensten dossiers bespreken over individuen, vaak zonder dat die mensen weten dat ze onderwerp zijn van zo’n aanpak. Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI) werkt met methoden die dichter bij inlichtingendiensten liggen dan bij traditionele ordehandhaving, aldus staatsrechtgeleerde Jon Schilder, en mist daarmee soms een heldere wettelijke basis.
Voorbeelden uit de praktijk tonen de effecten. Bij de boerenactie in Wijster (8 juli 2020) leidde minutieuze monitoring en informatieverwerking — van informanten tot realtime analyses — tot een vooraf gekozen ‘doorpakken’-aanpak met massale aanhoudingen, zo blijkt uit intern materiaal onderzocht door Buro Jansen & Janssen. Activisten zoals Frank van der Linde en Marlisa Hommel ervoeren hoe politieke betrokkenheid of herhaald demonstreren hun namen in diverse systemen bracht: gemeentelijke dossiers, CTER, AIVD-koppelingen en soms zelfs Interpol-noteringen. Veel betrokkenen ontdekten pas achteraf welke data over hen circuleerden; toegang tot die informatie vergde langdurige juridische procedures en honderden WOO-/AVG-verzoeken.
De preventielogica heeft ook een verweven democratische component. De nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA profileert het demonstratierecht als fundamenteel, maar koppelt dit direct aan beheersbaarheid: meer bevoegdheden voor burgemeesters om demonstraties te verplaatsen of bestuursrechtelijk te interveniëren en zwaardere straffen bij verstoringen. Kritici zien daarin een institutionele bekrachtiging van voorafgaande controle, waardoor grondrechten in praktijk worden omgezet in gereguleerde risicoobjecten. Jurisprudentie en academisch commentaar signaleren een ‘chilling effect’: mensen durven minder en organiseren zich terughoudender uit angst voor juridische of bestuurlijke repercussies.
De kernkritiek komt neer op drie knelpunten: gebrekkige transparantie over wie welke informatie verzamelt en waarom; beperkte rechtsgrondslag en democratische controle op nieuwe toezichtstechnieken; en de normalisering van preventie als bestuursprincipe, waardoor wantrouwen de plaats van vertrouwen inneemt. Ombudsman Van Zutphen en mensenrechtenorganisaties pleiten daarom voor duidelijkere regels, inzicht voor betrokkenen in welke gegevens over hen bestaan en striktere waarborgen bij gegevensuitwisseling — voorwaarden die noodzakelijk zijn om het delicate evenwicht tussen veiligheid en vrijheden te herstellen. Zonder zulke maatregelen, waarschuwen zij, dreigt toezicht zichzelf te legitimeren en de ruimte voor zichtbare, ongebreidelde democratische actie verder te krimpen.