"Nederland toonbeeld van oorlogszucht"

donderdag, 26 maart 2026 (12:17) - De Andere Krant

In dit artikel:

De Nederlands-Zwitserse diplomate Julie Jojo Nielen waarschuwt op Antiwar.com dat het nieuwe kabinet-Jetten een duidelijke omslag naar militarisme markeert in een land dat ooit bekendstond als kampioen van het internationale recht. In een uitgebreid stuk bekritiseert ze het coalitieakkoord en het buitenlands- en defensiebeleid van de nieuwe regering als een opvallende koerswijziging die Nederland tot voorbeeld voor een “oorlogszuchtiger” Europa zou kunnen maken.

Nielen wijst op concrete beleidskeuzes: het kabinet wil het defensiebudget stapsgewijs met ongeveer 19 miljard euro verhogen tot circa 45 miljard, waardoor de uitgaven zouden groeien van ruim 2 procent van het bbp naar ongeveer 3,7–4 procent — ruim boven de recent afgesproken NAVO‑norm van 3,5 procent die vorig jaar in Den Haag werd vastgesteld. Het kabinet wil die norm bovendien wettelijk verankeren, mogelijk uniek binnen de NAVO. Daarnaast beoogt het kabinet de krijgsmacht met 50 procent uit te breiden tot ongeveer 122.000 personen; herinvoering van de dienstplicht wordt nadrukkelijk niet uitgesloten als vrijwillige instroom onvoldoende blijkt.

Nielen noemt ook de politieke bezetting van buitenlandse zaken en defensie zorgelijk: Tom Berendsen (CDA) als minister van Buitenlandse Zaken, Dilan Yeşilgöz als minister van Defensie en Sjoerd Sjoerdsma als minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zijn volgens haar geopolitieke havikken. Berendsen, voormalig Europarlementariër en bekend als pleitbezorger van de Europese defensie-industrie, zei in reactie op Amerikaanse-Israëlische aanvallen op Iran: “Het internationale recht is niet het enige kader waarin je deze situatie kunt beoordelen.” Nielen merkt op dat zo’n houding botst met het in het akkoord uitgesproken streven om het internationale recht te bevorderen.

Verder signaleert Nielen maatregelen om een “krijgsere” mentaliteit te cultiveren: verplichte vragenlijsten voor 17‑jarigen en nieuwe inwoners over interesse in de krijgsmacht, aanmelding van koningin Máxima en prinses Amalia als reservisten, en een landelijke brochure die huishoudens waarschuwt dat het “geen oorlog, maar ook geen vrede” is — volgens Nielen een instrument dat angst zaait. Ze concludeert dat de hogere defensie-uitgaven grotendeels ten koste zullen gaan van zorg en sociale voorzieningen en dat het kabinet met een “koste wat kost”-houding de belangen van de krijgsmacht boven die van de bevolking plaatst.

Context: de verschuiving valt samen met een bredere Europese herbezinning op defensie sinds de oorlog in Oekraïne en de aangescherpte NAVO-doelen, maar Nielen ziet in de Nederlandse koers een fundamentele beleidsverschuiving die vragen oproept over prioriteiten en internationale rechtsorde.