Nederland stelt lancering EDI-wallet uit

dinsdag, 21 april 2026 (10:46) - De Andere Krant

In dit artikel:

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ziet zich genoodzaakt de landelijke invoering van de Europese elektronische identiteits‑wallet (EDI‑Wallet) met ongeveer een jaar uit te stellen: in plaats van eind 2026 komt de verwachte introductie nu naar verwachting pas eind 2027. Daarmee kan Nederland de plicht uit de eIDAS 2.0‑verordening, die sinds 2024 van kracht is en lidstaten dit jaar verplicht een EDI‑Wallet aan te bieden, niet op tijd nakomen.

De EDI‑Wallet is in essentie een app waarmee burgers digitale identiteitskenmerken en andere persoonlijke gegevens (zoals nationaliteit, leeftijd, bankgegevens, medische gegevens, diploma’s, abonnementen) op hun telefoon bewaren en delen. De EU ziet de wallet als middel om administratieve processen te versnellen en te digitaliseren; kritiek richt zich vooral op privacyrisico’s, mogelijke commerciële benutting en afhankelijkheid van één app. Brussel stelt dat gebruik vrijwillig blijft en dat burgers controle houden over hun data.

In 2024 en 2025 werden pilots gehouden in Amsterdam en Nijmegen met 66 deelnemers, onderzocht door adviesbureau Ruigrok in opdracht van BZK. De uitkomsten waren kritisch: proefpersonen zagen weinig meerwaarde ten opzichte van bestaande middelen zoals DigiD, vonden de app complex en tijdrovend, en hadden veel onduidelijkheden over wie de wallet beheert, waar gegevens worden bewaard, welke garanties er zijn tegen commercieel misbruik en wat de consequenties zijn als je niet alles wilt delen. Praktisch knelpunt in de tests was dat gebruikers die bepaalde gegevens weigerden te delen, vastliepen in het systeem. Grote zorgen waren er ook over verlies of diefstal van de telefoon, back‑upopties en verantwoordelijkheid bij foutieve data.

Op een interbestuurlijke conferentie (Stelseldag IBDS) op 11 februari in Utrecht kwamen vergelijkbare bedenkingen naar voren van gemeenten, provincies, waterschappen en rijksoverheid. Ambtenaren signaleerden technische en organisatorische uitdagingen bij deelname aan het federatieve datastelsel waar de wallet onderdeel van moet worden; vragen over intrekken of corrigeren van informatie, wie aansprakelijk is voor fouten en de veiligheid van enkelvoudige pincodes werden gesteld. Volgens deelnemers raakt veel beveiligingsrisico’s verlegd naar het beheer van API‑toegang — de techniek ‘data bij de bron’ waarbij attributen via digitale koppelingen worden opgehaald — wat uitvoeringscomplexiteit voor gemeenten vergroot.

Het adviesbureau Ruigrok doet meerdere aanbevelingen aan de Rijksoverheid: benadruk technische maatregelen die vertrouwen geven (zoals combinatie van pincode en biometrie en mogelijk tweestapsverificatie), lanceer de wallet eerst alleen als identificatiemiddel en breid gebruikscases pas geleidelijk uit. Ook waarschuwt Ruigrok dat sommige zorgen over commerciële belangen mogelijk “onterecht” worden geacht, maar het rapport erkent tegelijk dat de Nederlandse wallet vanaf start voor veel sectoren beschikbaar moet zijn — van banken en energiebedrijven tot zorg en onderwijs — wat de commerciële aantrekkingskracht en complexiteit vergroot.

Eerdere toetsing had al alarm geslagen: het Adviescollege ICT‑toetsing concludeerde in juli 2025 dat de tot dan toe uitgevoerde proeven onvoldoende waren om per eind 2026 een robuust stelsel te garanderen. BZK zegt zich in een reactie niet te herkennen in de zorgen die in het bericht worden genoemd, maar erkende op vragen tijdens de conferentie praktische risico’s — wat uiteindelijk leidde tot het uitstel.

De vertraging heeft meerdere gevolgen: Nederland voldoet tijdelijk niet aan de eIDAS‑termijn, gemeenten hoeven de wallet nog niet per se te accepteren als identificatie‑middel in plaats van of naast DigiD en eHerkenning, maar moeten zich wel voorbereiden op aanzienlijke technische en organisatorische aanpassingen zodra de wallet alsnog grootschalig wordt uitgerold. De discussie rond privacy, eigenaarschap van data, back‑ups en commerciële betrokkenheid blijft daarmee het centrale knelpunt voor acceptatie en succesvolle uitrol.