Nederland scoort zó slecht op onderwijs, dat Brussel verbetering eist
In dit artikel:
De Europese Commissie luidt steeds luider de noodklok over Nederland — en dit jaar voor het eerst expliciet over de kwaliteit van het onderwijs. In de jaarlijkse, landenspecifieke aanbevelingen die woensdag werden gepresenteerd, staat Nederland samen met bijna alle andere EU-lidstaten opgeroepen om het niveau van lezen en rekenen scherp te verbeteren.
Brussel wijst op een dalende trend die al een decennium zichtbaar is: Nederlandse leerlingen scoren systematisch minder goed in basisvaardigheden, vooral lezen, en deden in de meest recente Pisa-meting onder voor het wereldgemiddelde. De Commissie dringt er bij Den Haag op aan het beroep van leraar aantrekkelijker te maken — minder administratieve last, betere loopbaanpaden — en scholen met zwakke prestaties en leerlingen uit achterstands- of migratieachtergronden gerichter te ondersteunen. Dit, omdat een slecht opgeleide generatie de concurrentiepositie van Nederland internationaal schaadt.
Het probleem is Europees van aard: vrijwel elk EU-land kreeg nu voor het eerst een specifieke aanbeveling om de onderwijskwaliteit te verbeteren. De rapporten signaleren in veel landen nijpende problemen: grote lerarentekorten (Duitsland verwacht 49.000 ontbrekende docenten), personeels- en wervingsproblemen in Frankrijk en Denemarken, hoge aantallen leerlingen onder het basisniveau in Zuid-Italië en Bulgarije, teruglopende topprestaties in Portugal, en groepen jongeren in Hongarije en Slowakije die school verlaten zonder basisvaardigheden. In Luxemburg begint een aanzienlijk deel van kinderen al thuis met een taalachterstand.
Per land formuleerde de Commissie gerichte adviezen: van het bestrijden van vroegtijdig schoolverlaten en het wegnemen van lerarentekorten (Estland) tot gerichte steun aan achterstandsgroepen (Duitsland), betere arbeidsvoorwaarden voor docenten (Frankrijk) en invoering van docentenevaluaties (Griekenland). Verder wordt in veel landen opgeroepen meer technisch en digitaal onderwijs te bevorderen.
De Commissie maakte dit jaar duidelijk dat ze de prioriteit voor menselijk kapitaal heeft vertaald naar concrete, per-land aangepaste richtlijnen — omdat investeren in vaardigheden volgens haar essentieel is om als Unie concurrerend te blijven. Slechts twee lidstaten — Spanje en Ierland — kregen geen aanvullend kritiekpunt op hun onderwijsbeleid.