Nederland rijdt op de pof: de rekening van uitgesteld onderhoud
In dit artikel:
Nederland heeft jarenlang te weinig gereserveerd voor het onderhoud, de renovatie en vervanging van zijn infrastructuur. Volgens recente berekeningen kan het tekort voor de nationale infrastructuur oplopen tot ongeveer 80 miljard euro in 2040. Rijkswaterstaat en ProRail kampen al met grote achterstanden bij onder meer wegen, bruggen, sluizen, waterwerken en spoor. Ook gemeenten en provincies moeten de komende decennia jaarlijks gemiddeld 1,5 miljard euro investeren in lokale infrastructuur en civiele kunstwerken, stellen Arcadis en Berenschot.
De achterstanden zijn volgens de auteur het gevolg van het langdurig benutten van bestaande infrastructuur zonder voldoende geld opzij te zetten voor vervanging. Nederland besteedde zijn aardgasbaten, anders dan Noorwegen, grotendeels aan lopende overheidsuitgaven. Tegelijkertijd leggen defensie, zorg, onderwijs, woningbouw en klimaatbeleid extra druk op de overheidsfinanciën.
Ook het Nederlandse begrotingsstelsel ontmoedigt investeringen, betoogt voormalig ASML-topman Peter Wennink. Nieuwe infrastructuur wordt boekhoudkundig behandeld als een kostenpost in plaats van als een investering voor tientallen jaren. Het kabinet trekt nu jaarlijks 1,5 miljard euro extra uit, maar dat bedrag staat volgens de auteur niet in verhouding tot de totale opgave. Uitgesteld onderhoud maakt problemen uiteindelijk duurder en kan leiden tot defecte of onveilige bruggen.
Vandaag Inside: René van der Gijp onthult bij Vandaag Inside grootse plannen met podcast KieftJansenEgmondGijp