Nederland raakt achterop in strijd tegen hepatitis C: 'Niemand zou mogen sterven aan een ziekte die is te behandelen'

donderdag, 27 augustus 2026 (18:13) - De Volkskrant

In dit artikel:

Nieuwe antivirale middelen hebben hepatitis C in Nederland sterk teruggedrongen. Een kuur van acht tot twaalf weken geneest vrijwel alle patiënten en veroorzaakt weinig bijwerkingen. Toch dreigt Nederland de doelen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor 2030 niet te halen. Die doelen bepalen dat 90 procent van de mensen met een chronische infectie moet zijn opgespoord en 80 procent behandeling moet hebben gekregen.

Nederland boekte aanvankelijk grote vooruitgang. Ziekenhuizen benaderden bekende patiënten en voerden daarna een landelijk project uit om mensen terug te vinden met wie het contact was verbroken. Duizenden mensen kregen daardoor medicijnen. Inmiddels behandelen artsen veel minder nieuwe patiënten. Dat kan erop wijzen dat de makkelijk vindbare groep grotendeels in beeld is, terwijl infecties die nog niet zijn ontdekt of opgevolgd buiten de zorg blijven.

Het RIVM werkt daarom aan een nieuw nationaal plan, waarin actieve opsporing centraal staat. Hepatitis C veroorzaakt vaak jarenlang geen klachten. Mensen kunnen het virus intussen via bloedcontact doorgeven en uiteindelijk ernstige leverschade oplopen. Besmetting via bloedtransfusies en medische ingrepen komt door strengere controles nauwelijks nog voor. Nieuwe infecties worden vooral gezien onder migranten uit landen waar het virus veel voorkomt, mensen die drugs gebruiken of hebben gebruikt en mannen die seks hebben met mannen.

Hoeveel Nederlanders een onbehandelde infectie hebben, is niet precies bekend. Schattingen lopen uiteen van 6.000 tot 23.000 personen. Het RIVM registreert jaarlijks meer dan vierhonderd nieuwe diagnoses, maar weet onvoldoende vaak of patiënten daarna daadwerkelijk naar een ziekenhuis gaan en worden behandeld. Volgens cijfers van Zorginstituut Nederland krijgen jaarlijks iets meer dan driehonderd mensen de moderne medicijnen. Daarmee blijft mogelijk een deel van de nieuw opgespoorde patiënten onbehandeld.

Onderzoek van psychiater in opleiding Daan von den Hoff laat zien dat zorg dichter bij risicogroepen effectief kan zijn. In vijf verslavingsinstellingen werden 870 mensen getest; bij 31 werd een chronische infectie gevonden. Van hen konden 26 succesvol worden behandeld. Medewerkers stemden de begeleiding af op de omstandigheden van de patiënt. Sommigen kregen een weekvoorraad mee, anderen namen hun tablet dagelijks in bij een methadonpost. Zo werd voorkomen dat een ziekenhuisbezoek of een instabiele leefsituatie de behandeling onmogelijk maakte.

Volgens Von den Hoff zijn psychiatrische problemen, lichamelijke aandoeningen, dakloosheid en praktische drempels belangrijke redenen waarom deze groep vaak niet wordt behandeld. De aanpak vraagt echter extra personeel en geld, terwijl die werkzaamheden niet altijd worden vergoed. Van de elf benaderde instellingen deden er vijf mee aan het onderzoek. Een landelijke uitvoering zou volgens de onderzoeker kunnen bijdragen aan het behalen van de WHO-doelen.

Ook gevangenissen bieden kansen voor screening. Hepatitis C komt daar naar schatting veel vaker voor dan onder de algemene bevolking, mede door het grote aandeel (ex-)drugsgebruikers. In eerder onderzoek in een gevangenis in Sittard bleek 5 procent van de gedetineerden besmet, meestal zonder dat zij dit wisten. Niemand van de gevangenen die wel van de infectie op de hoogte was, had behandeling gekregen.

Artsen hebben voorgesteld alle gedetineerden met een snelle vingerprik te testen en positief geteste mensen buiten de gevangenis te laten behandelen. Dat plan kreeg geen vervolg. De Dienst Justitiële Inrichtingen test nu op basis van risicofactoren en alleen met instemming van de gedetineerde. Behandeling binnen de inrichting gebeurt vooral als de medische noodzaak duidelijk is en de kuur kan worden afgemaakt. De relatief korte gemiddelde detentie van vijf maanden maakt dat volgens de dienst ingewikkeld. Critici vinden dat juist een volledige screening en behandeling nodig zijn.

Andere landen laten zien dat een brede aanpak resultaat kan hebben. In IJsland daalde het aantal gedetineerden met hepatitis C in twee jaar met 76 procent nadat alle gevangenen werden gescreend en behandeld. Egypte en Georgië boeken vooruitgang met nationale programma’s voor actieve opsporing. Groot-Brittannië ligt in Europa het best op koers, terwijl veel andere landen, waaronder Nederland, achterblijven. Nederlandse specialisten waarschuwen daarom dat de sterke daling van het aantal patiënten in ziekenhuizen niet betekent dat hepatitis C is verdwenen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen waarschuwt Mona Keijzer: 'Dát is het gevaar!'