Nederland overlegde niet met Caribische landen over VN-slavernijstemming
In dit artikel:
In maart onthield het Koninkrijk der Nederlanden zich, samen met 51 andere landen, tijdens een VN-stemming waarin de trans-Atlantische slavenhandel werd bestempeld als "de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid". Nederland gaf als reden dat er geen hiërarchie van historische wreedheden mag worden gemaakt en dat internationaal recht niet met terugwerkende kracht moet worden toegepast. Voorafgaand aan die stemming is er volgens meerdere bronnen geen overleg geweest met de Caribische landen binnen het Koninkrijk: Aruba, Curaçao en Sint-Maarten.
Minister van Buitenlandse Zaken Hanke Bruins Slot erkent achteraf dat de communicatie met betrokkenen binnen het hele Koninkrijk beter had moeten verlopen en zegt dat het kabinet in de toekomst rekening zal houden met die gevoeligheid. Juridisch en moreel gezien, stelt bijzonder hoogleraar Wouter Veenendaal, bestaat er zelfs een formele plicht om zulke VN-initiatieven met de Caribische landen te bespreken, juist omdat het onderwerp direct verband houdt met het koloniale verleden van die eilanden.
Op Curaçao heeft ex-premier en parlementslid Suzy Camelia-Römer schriftelijke vragen ingediend en een debat aangekondigd; zij noemt de gang van zaken onacceptabel en wil dat premier Pisas Nederland daarop scherp aanspreekt. Ook Aruba’s parlement eist opheldering; MEP-leider Evelyn Wever-Croes is verbaasd dat de eilanden niet betrokken werden bij de besluitvorming, zeker omdat Den Haag zich de afgelopen jaren juist nadrukkelijk heeft uitgesproken over het slavernijverleden — met excuses van premier Rutte in december 2022 en van koning Willem-Alexander in juli 2023, door vertegenwoordigers van nazaten inmiddels grotendeels geaccepteerd.