Nederland ontvangt meeste Palestijnse asielaanvragen van de EU: „Je moet niet in België, maar in Nederland zijn"
In dit artikel:
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) meldt in haar voorjaarsrapport 2026 dat de grootste groep asielaanvragen in het afgelopen kwartaal bestond uit personen met een “onbekende nationaliteit” (ongeveer 1.100 aanvragen). Uit registratie blijkt dat vrijwel bijna allen een Palestijnse achtergrond hebben; omdat Nederland de Palestijnse gebieden niet als staat erkent, wordt die nationaliteit niet als zodanig geregistreerd. Volgens de IND lijkt Nederland op dit moment binnen de EU het meeste aanvragen van Palestijnen te ontvangen, waarmee het België is voorbijgestreefd nadat dat land vorig jaar zijn regels aanscherpte.
In België werd vanaf augustus het toelatingsbeleid strenger voor mensen met een zogenaamde M‑status (status verleend in een ander EU-land), waarna het aantal aanmeldingen daalde. Die maatregel leidde echter tot kritiek en juridische stappen: het Grondwettelijk Hof en later de Raad van State schortten onderdelen van het beleid, omdat het mensen zonder opvang in onmenselijke situaties kan brengen. Medewerkers van het Belgische opvangagentschap Fedasil stuurden zelfs een open brief waarin zij hun zorg uiten over de gevolgen van het aangescherpte beleid.
Een belangrijk element achter de verschuiving is dat veel Palestijnse aanvragers al een verblijfsrecht in Griekenland hebben gekregen. De IND en onderzoekers merken dat Griekenland vluchtelingen soms snel een status en reisdocument verstrekt, maar weinig structurele opvang, huisvesting of toegang tot de arbeidsmarkt biedt. Daardoor reizen mensen door naar andere lidstaten. Universitair docent Mark Klaassen wijst erop dat ontbreken van fatsoenlijke opvang in grenslanden en het bestaan van netwerk- en mond-tot-mond‑informatie migratiestromen sturen: wie familie of kennissen heeft in Nederland komt daar eerder naartoe.
Nederland hanteert doorgaans het uitgangspunt dat iemand met een al verleende Griekse status moet terugkeren naar dat land, maar de Raad van State oordeelde in juli 2025 dat de asielminister wél mag heronderzoeken of iemand echt recht heeft op bescherming, omdat terugkeer mogelijk schade kan betekenen. Vorig jaar kreeg ongeveer 55 procent van de aanvragers met een “onbekende nationaliteit” toestemming om te blijven.
Klaassen waarschuwt voor een “race to the bottom”: lidstaten reageren op elkaar met strengere en uiteenlopende regels, wat asielroutes en -druk verplaatst in plaats van oplost. Hij pleit voor meer gelijkgetrokken Europese regels; met het nieuwe EU-migratiepact dat op 12 juni in werking trad, is er juist het streven om verschillen te verkleinen en het systeem consistenter te maken. Politiek en maatschappelijke spanningen spelen ook: sommige partijen, zoals de SGP, leggen bij misstanden nadruk op de veiligheid van Joodse burgers bij voorstellen om de asielinstroom te beperken, wat het debat over maatregelen en prioriteiten extra beladen maakt.