Nederland legt EU-deadline voor gelijke beloning naast zich neer
In dit artikel:
De Europese Commissie weigert het door Nederland aangevraagde uitstel voor de implementatie van de EU-richtlijn loontransparantie; Den Haag houdt desalniettemin vast aan een halfjaar later invoeren. De richtlijn, aangenomen drie jaar geleden om de loonkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen (CBS: 14,5% in het bedrijfsleven, 4,5% bij de overheid), verplicht onder meer: een salarisindicatie in vacatures, een verbod op de vraag naar iemands huidige salaris, het recht van werknemers om te weten wat collega’s met “werk van gelijke waarde” verdienen, en rapportageverplichtingen voor grote werkgevers uitgesplitst naar geslacht — plus ingrijpen als het verschil 5% of meer is. De EU-deadline is juni 2026.
Nederland informeerde de Commissie in september dat invoering per 1 januari 2027 realistischer zou zijn; Eurocommissaris Hadja Lahbib antwoordde in december dat uitstel niet wordt geaccepteerd. Tot nu toe hebben slechts Polen en België (deels) aan de implementatie voldaan. In Nederland zijn aangepaste wetsartikelen, vooral in de Wet gelijke behandeling, half januari ter advisering naar de Raad van State gestuurd, maar SZW verwacht dat behandeling door Tweede en Eerste Kamer voor juni niet haalbaar is.
Bedrijven worstelen met praktische uitvoering: veel werkgevers missen gestructureerde functiedata en weten nog niet hoe zij communicatie en vergelijking van “werk van gelijke waarde” moeten organiseren, aldus adviseur Ilse Jansen (EY). Ook ontbreken nog uitgebreid gepubliceerde praktische handleidingen van de Commissie en het ministerie, wat de voorbereiding bemoeilijkt. Sommigen pleiten daarom voor extra tijd om administratieve lasten en fouten te beperken; werkgeversorganisaties AWVN en VNO-NCW steunden eerder uitstel en noemen zorgvuldigheid belangrijker dan snelheid.
Op handhaving en rechtskracht bestaan nuances: de Commissie richt zich op lidstaten, niet op individuele bedrijven. Delen van de richtlijn kunnen mogelijk “rechtstreeks” via de rechter afdwingbaar zijn, maar werkgevers zeggen dat die werking voornamelijk geldt voor overheidsorganisaties totdat nationale wetgeving is aangenomen. SZW acht de kans dat werknemers al in juni individuele rechten kunnen afdwingen klein, maar laat de uiteindelijke beoordeling aan de rechter over. Juristen signaleren wel een reëel risico op procedures; volgens hoogleraar Gerrard Boot kan de staat aansprakelijk worden gesteld wanneer implementatie vertraging oploopt, en ambtenaren zouden schadeclaims kunnen proberen.
Advies van betrokkenen: bedrijven die vroeg investeren in tooling (zoals gelijkebetalingssoftware) en interne data op orde brengen, zullen de transitie sneller en soepeler kunnen maken. Voor nu blijft onduidelijk wat werknemers al per juni juridisch kunnen opeisen en welke juridische gevolgen Nederland op staatsniveau zal dragen.