Nederland hoort binnen Europa al tot absolute top als het om lang doorwerken gaat: er is maar één land waar ze later met pensioen gaan

maandag, 2 februari 2026 (17:37) - De Telegraaf

In dit artikel:

De Nederlandse plannen om de AOW-leeftijd sneller te verhogen stuiten op felle kritiek van vakbonden en arbeidsdeskundigen. De regering wil de pensioenleeftijd opschalen omdat demografische druk en stijgende kosten van de AOW de houdbaarheid van het systeem onder druk zetten, maar tegenstanders waarschuwen dat de maatregel onevenredig hard aankomt bij werknemers in zware beroepen.

Wie zwaar fysieke werkzaamheden doet — denk aan bouwvakkers, verzorgenden, schoonmakers en industriearbeiders — krijgt daardoor langer te maken met belastend werk, terwijl hun lichamelijke capaciteit vaak eerder afneemt dan van mensen in lichtere beroepen. Dat vergroot het risico op voortijdige uitval door ziekte of arbeidsongeschiktheid en kan leiden tot dalende arbeidsparticipatie van ouderen in deze sectoren.

Vakbonden eisen daarom compensatie en maatwerk: mogelijkheden voor vervroegd uittreden, sectorale overgangsregelingen, of een aparte zware-beroepenregeling die oudere werknemers ontlast. Experts wijzen daarnaast op structurele oplossingen zoals aanpassing van arbeidsomstandigheden, meer inzet op preventie en re-integratie, omscholing naar minder belastend werk en flexibele pensioenroutes (deels pensioen, deels blijven werken).

Economisch gezien is het verhogen van de AOW-leeftijd bedoeld om de betaalbaarheid van het stelsel te verbeteren naarmate de bevolking vergrijst. Sociaal-wetenschappelijke kritiek benadrukt echter dat een uniforme stijging de ongelijkheid vergroot: lagere opgeleiden en mensen met langdurig lichamelijk werk hebben vaak een kortere gezonde levensverwachting en profiteren minder van een later pensioen.

De politieke discussie draait nu om compensatie en maatwerk: hoe combineer je financiële houdbaarheid met rechtvaardigheid voor groepen die niet zonder meer langer kunnen doorwerken? Mogelijke beleidsinstrumenten die benoemd worden zijn sectorale uitzonderingen, overgangsregelingen, inspanningen voor werkbaar werk en financiële prikkels voor werkgevers om oudere werknemers minder belastend werk aan te bieden.