Nederland heropent kerndossier terwijl gevolgen Tsjernobyl na 40 jaar nog altijd voortduren | opinie

zaterdag, 18 april 2026 (10:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Herman Damveld wijst erop dat de ramp in Tsjernobyl van 26 april 1986, ook veertig jaar later, nog vergaande gevolgen heeft — terwijl Nederland politiek weer terugkeert naar plannen van vóór de ramp. Na het ongeluk werd de Nederlandse bouw van kerncentrales, onder meer gepland voor de Eemshaven, stilgelegd; in 2026 staat de Eemshaven volgens documenten van het ministerie van Klimaat en Groene Groei opnieuw hoog op de lijst.

Damveld beschrijft zijn directe betrokkenheid bij de berichtgeving rond het ongeval: aanvankelijk vage signalen uit Zweden, daarna bevestiging van een ongeluk bij Tsjernobyl en snelle verspreiding van informatie naar regionale kranten. In Nederland werd de radioactieve wolk opgemerkt door het Kernfysisch Versneller Instituut (KVI) in Groningen; neerslag door regen leidde binnen enkele dagen tot voorzorgsmaatregelen zoals het op stal houden van koeien en het vernietigen van groenteoogsten. De Tweede Kamer schortte de besluitvorming over nieuwe kerncentrales op, een beleid dat jarenlang aanhoudt.

De schaal en langetermijneffecten van de ramp zijn groot. Ongeveer 200.000 km² werd radioactief besmet, circa 350.000 mensen werden geëvacueerd en het aantal doden door het ongeval is onzeker maar loopt in de duizenden; de economische schade is geschat op circa 650 miljard euro. Analyses geven aan dat 36% van de vrijgekomen radioactiviteit neerkwam in Oekraïne, Rusland en Wit-Rusland, 53% in de rest van Europa en 11% elders. Schattingen over sterfte verschillen: het Internationaal Atoomenergieagentschap rekende in 2005 op ongeveer 4.000 doden door stralingsbelasting, terwijl Artsen voor Vrede (IPPNW) in 2006 sprak van tienduizenden extra kankerdoden.

De sociale en gezondheidsimpact is langdurig: in 2018 hadden 1,8 miljoen mensen in Oekraïne de status van stralingsslachtoffer, waaronder ruim 377.000 kinderen. De Oekraïense staat keerde in 2019 uitkeringen uit aan tienduizenden weduwen. Van de ongeveer 860.000 jonge mensen die als 'liquidatoren' aan opruimwerkzaamheden werden ingezet, waren er volgens cijfers uit 2011 al ruim honderdduizend overleden; hun sterftecijfer lag wezenlijk hoger dan dat van leeftijdsgenoten.

Ook recentere ontwikkelingen tonen dat de technische en veiligheidsproblemen voortduren. Om de beschadigde reactor te isoleren werd na 1986 eerst een sarcofaag gebouwd; in 2016 kwam daar een grotere 'New Safe Confinement' omheen. Die constructie raakte echter op 14 februari 2025 beschadigd door een Russische drone-aanval, waarna een brand drie weken duurde. Ontwerpberekeningen hielden rekening met natuurlijke rampen maar niet met aanvallen met drones of raketten; herstelwerkzaamheden kosten naar schatting circa 500 miljoen euro en zouden in 2030 gereed zijn volgens een mededeling van 26 maart 2026.

Gezondheidsonderzoek blijft alarmerende resultaten opleveren: op een IPPNW-conferentie in maart 2026 presenteerde Alexenko uit Minsk onderzoeksgegevens over cesium bij kinderen, gebaseerd op 12 jaar onderzoek aan ongeveer 300.000 kinderen; bij ongeveer de helft werd meer cesium gevonden dan volgens normen als aanvaardbaar geldt. Damveld concludeert dat, ondanks dat Nederland destijds relatief weinig directe neerslag kreeg, de nasleep van Tsjernobyl in de getroffen regio’s nog lang niet voorbij is — een realiteit die in schril contrast staat met de hernieuwde Nederlandse ambitie om kernenergie uit te breiden.