Nederland dreigt in stagflatie te belanden: inflatie zet koopkracht en banen onder druk
In dit artikel:
Nederland en de eurozone lopen volgens meerdere economen het risico in een periode van stagflatie terecht te komen: een combinatie van stagnerende groei en aanhoudende prijsstijgingen. ECB-president Christine Lagarde relativeert de angst, maar experts als fondsbeheerder Edin Mujagic, oud-DNB-president Nout Wellink en Rabo-econoom Hugo Erken spreken hun zorg uit over de economische vooruitzichten.
Stagflatie betekent dat de economie weinig tot niet groeit terwijl inflatie hoog blijft — een situatie die in de jaren zeventig ontstond door de oliecrisis. Mujagic spreekt van een “stagflatie light” en waarschuwt dat zowel consumenten als ondernemers flink worden geraakt als de situatie enige tijd aanhoudt. Wellink wijst op een krappere economische groei (0,1% in het eerste kwartaal) en inflatie rond de 3% als signalen dat Nederland en Europa op het randje zitten.
Aanleiding zijn vooral stijgende energieprijzen en verstoringen in de handel, mede veroorzaakt door spanningen in het Midden-Oosten. Beschadigde installaties en vastliggende schepen bij de Straat van Hormuz kunnen de leveringsketens en brandstofprijzen langdurig onder druk zetten. Erken verwacht dat de hogere energiekosten zich geleidelijk aan breed doorberekenen in prijzen en diensten, en dat bedrijven gedwongen zullen worden kosten door te rekenen.
Gevolgen zijn onder meer verlies van koopkracht, hogere bedrijfskosten en extra druk op de arbeidsmarkt. Omdat maatregelen tegen inflatie vaak de groei remmen, is stagflatie lastig te bestrijden en kan een langdurige periode pijn doen voor zowel huishoudens als bedrijven.