Nederland doet nog te weinig voor mensen met een beperking. Rick Vergeer maakt het bijna dagelijks mee

maandag, 8 juni 2026 (15:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Rick Vergeer (28) vertelt dat volwaardige deelname van mensen met een beperking in de praktijk nog lang niet vanzelfsprekend is. Op zijn achtste onderging hij een operatie aan een hersentumor waarbij een oogzenuw beschadigd raakte; sindsdien ziet hij nog slechts 12–15 procent. Hij werkt nu als financieel adviseur en volgde mbo‑4; een hbo‑opleiding toegankelijk maken en volgen bleek voor hem destijds niet haalbaar.

Vergeer zit in een klankbordgroep van het College voor de Rechten van de Mens en geeft daar onder meer feedback op de uitvoering van het VN-verdrag handicap, dat volgens het artikel tien jaar geleden van kracht werd. Zijn ervaring: toegankelijkheid en betrokkenheid worden nog te vaak over het hoofd gezien. Sleutelproblemen die hij noemt zijn fysieke inrichting van winkels en gebouwen die wel rollend bezoek toelaten maar niet bruikbaar zijn voor slechtzienden, en het ontbreken van toegankelijke informatie — posters of evenementgegevens die niet digitaal of niet spraakvriendelijk beschikbaar zijn. Als slechtziende vertrouwt hij op geluid en vaste patronen; wijzigingen in een omgeving maken navigeren lastig.

Uit onderzoek staat volgens het artikel dat slechts de helft van mensen met een beperking zich gehoord voelt in de samenleving. Vergeer herkent dat dagelijks: websites die niet spraaktoegankelijk zijn, openbaar vervoer dat niet stopt bij voorzieningen zoals een sportschool, en daardoor hoge inspanningskosten die leiden tot thuisblijven en isolatie. Hij nuanceert het argument dat “niet alles voor iedereen geschikt hoeft te zijn”: het probleem is dat uitsluiting te snel wordt geaccepteerd, terwijl het VN-verdrag juist autonomie en gelijke deelname beoogt.

Als oplossing pleit Vergeer vooral voor vroegtijdige betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij ontwerpen en beleid — van wegen en gebouwen tot procesinrichtingen zoals paspoortfotohokjes — zodat systemen vanaf het begin inclusiever zijn in plaats van later uitzonderingen te moeten regelen. Concrete aanbevelingen zijn meer digitale, spraakvriendelijke informatie en het structureel betrekken van mensen met een beperking bij beslissingen die hen raken.