Nederland bouwt hogere schulden op door extra Oekraïne-steun
In dit artikel:
De Nederlandse steun aan Oekraïne wordt grotendeels gefinancierd met verschoven en geleend geld, waardoor de lasten naar de toekomst worden doorgeschoven. Dat blijkt uit antwoorden van het kabinet op Kamervragen van GroenLinks/PvdA-Kamerleden Michiel van Nispen? (note: original named Stultiens) en Piri over uitspraken van demissionair premier Schoof en de schriftelijke toelichting van minister van Financiën Heinen. Het kabinet bevestigt dat de extra uitgaven “buiten het uitgavenkader” vallen maar wel volledig saldo- en schuldrelevant zijn: ze drukken rechtstreeks op het begrotingstekort en de staatsschuld, binnen de grenzen van de Europese regels (tekort maximaal 3% van het bbp, schuld maximaal 60% van het bbp).
In het voorjaar van 2025 maakte het kabinet 3,1 miljard euro beschikbaar voor militaire steun bestemd voor 2026. Van dat bedrag is ongeveer 2 miljard euro al eerder uitgegeven door een kasschuif: middelen die voor 2026 bedoeld waren zijn naar 2025 gehaald om leveringen te kunnen garanderen. De Tweede Kamer vroeg aanvullend via een amendement nog 2 miljard euro; het kabinet stelde dat niet al dat bedrag realistisch in 2025 besteed kon worden. Daardoor zou de resterende circa 1,3 miljard euro in 2026 het begrotingsaldo en de schuld belasten, wat extra dekking vereist omdat Nederland “in 2026 tegen de grenzen aanloopt”.
Daarnaast riep een motie van Jesse Klaver en anderen op om het budget met nog eens 2 miljard voor het eerste kwartaal van 2026 aan te vullen; als eerste stap is al 700 miljoen euro vrijgemaakt. Het kabinet schrijft dat begin 2026 zal worden bekeken hoe uitvoering aan die motie volgt, waarmee aanvullende financiële beslissingen nog te verwachten zijn.
Kort gezegd: door schuiven en voortijdig uitgeven is militaire hulp op korte termijn gewaarborgd, maar daarmee ontstaat een zichtbaar gat in toekomstige begrotingen en groeit de druk op de overheidsfinanciën.