Nederland betaalt honderden miljoenen om pfas-afval naar België en Duitsland te sturen

woensdag, 27 mei 2026 (08:23) - Follow the Money

In dit artikel:

Nederland heeft geen voldoende eigen capaciteit om pfas-houdend afval veilig te vernietigen en is daardoor in hoge mate afhankelijk van verwerkers in het buitenland. Pfas (zogenaamde forever chemicals) breken niet vanzelf af en moeten bij verbranding boven circa 1100°C in robuuste, industriële draaitrommelovens worden behandeld. Omdat dergelijke installaties in Nederland ontbreken, gaat veel pfas-afval – tussen 2020 en 2027 minimaal zo’n 2,2 miljoen ton – naar buurlanden; ongeveer 80 procent daarvan belandt in België, de rest in Duitsland, Frankrijk, Denemarken en soms verder weg.

Een concreet Nederlands voorbeeld van de problematiek is de vliegbasis Leeuwarden, een van de zwaarst met pfas besmette terreinen in Nederland. Vermoedelijk door blussen met pfas-bevattend schuim is niet alleen de basis zelf vervuild, maar ook aangrenzende waterlopen: in de Jelsumer Feart werden concentraties van pfos gemeten tot circa 8.800 ng/l, terwijl de Europese norm rond 0,65 ng/l ligt. Waterplanten in het gebied zijn eveneens vervuild; het periodiek uitbaggeren en ‘hekkelen’ levert nu 1.800 ton groenafval op dat als gevaarlijk afval moet worden behandeld. Wetterskip Fryslân en de gemeente Leeuwarden zoeken een verwerkingslocatie, maar de onduidelijkheid over hoe met dit soort afval om te gaan en de hoge verwerkingskosten maken dit complex en duur.

De afhankelijkheid van buitenlandse verwerkers blijkt kwetsbaar. Het grootste deel van Nederlands pfas-afval ging naar twee Belgische bedrijven (Indaver en Sleco). In 2022 greep de Nederlandse Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in en schortte de export naar Indaver Antwerpen op vanwege zorgen over lozingen en onvoldoende hoge verbrandingstemperaturen. De rechter draaide dat besluit later terug; sinds 2023 werden exportstromen hervat. Tegelijkertijd hebben Belgische autoriteiten en Indaver zelf aangegeven dat Vlaamse afvalstromen voorrang krijgen, wat de doorvoer van Nederlands afval compliceert. De Vlaamse regering beperkte recent het verbranden van afval met hoge pfas-concentraties bij Indaver wegens verhoogde pfas-niveaus in de omgeving. Ook andere verwerkers (zoals TMZ) kregen vergunningen ingetrokken na lozingsproblemen.

Dergelijke maatregelen of onverwachte milieuproblemen kunnen verwerkingscapaciteit terugdringen en prijzen flink opdrijven. Prijzen per ton wisselen sterk afhankelijk van aard en concentratie van het afval, transport en verwerkingsrisico’s: voorbeelden lopen van circa €70–110/ton tot uitschieters van enkele honderden euro’s en zelfs rond €1.000/ton. Praktische casussen: de opruiming van vervuild plantmateriaal in Doetinchem kostte ongeveer €700 per ton; de provincie Utrecht rekent bij Soesterberg op vergelijkbare bedragen. Voor de 1.800 ton in Leeuwarden betekent dat al een meerjarige kostenpost van ongeveer €1,3 miljoen; voor de totale geëxporteerde 2,2 miljoen ton lopen de kosten in de ruwweg honderden miljoenen euro’s.

De ILT waarschuwt bovendien dat veel pfas-afval buiten beeld blijft doordat er geen eenduidige regels bestaan voor bepaalde stromen, zoals groenafval, papier-, textiel- en blusschuimgerelateerde reststromen. Decentrale overheden en bedrijven weten vaak niet precies welke pfas-soorten wanneer en hoe te analyseren, waardoor de inspectie afhankelijk is van door belanghebbenden aangeleverde gegevens van onbekende volledigheid en betrouwbaarheid. Daardoor is de 2,2 miljoen ton waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg.

De combinatie van gebrek aan nationale verwerkingsinfrastructuur, onduidelijke regelgeving en afhankelijkheid van buitenlandse aanbieders maakt Nederland medeverantwoordelijk voor pfas-emissies buiten de eigen grenzen en tegelijk economisch en milieu-technisch kwetsbaar. Om toekomstige lozingen, capaciteitsproblemen en stijgende kosten te voorkomen zijn betere registratie, heldere regels voor analyse en verwerking, en het opbouwen van duurzame binnenlandse verwerkingsmogelijkheden noodzakelijk. Zonder dergelijke maatregelen blijven verwerkingsvraagstukken en risico’s op verspreiding van pfas – ook over de grens – bestaan.