Nederland betaalt een hoge prijs voor de oorlog in Iran

dinsdag, 21 april 2026 (08:48) - Indepen

In dit artikel:

De oorlog in Iran raakt Nederlandse huishoudens al direct: hogere energie- en voedselprijzen zijn geen tijdelijk verschijnsel maar zetten zich de komende jaren door. Na de Russische energieboycot na het begin van de oorlog in Oekraïne (februari 2022) stegen brandstof- en voedselprijzen al sterk; samen waren die in 2022–2023 circa 18% hoger dan daarvoor, en als 2024–2025 meegeteld worden betalen Nederlanders nu gemiddeld zo’n 24% meer voor brandstof en voeding dan in 2021.

De nieuwe oorlog schaadt op grote schaal energie-infrastructuur in regio’s die belangrijk zijn voor de wereldwijde olieproductie. Herstelkosten zijn al opgelopen tot ongeveer 25 miljard dollar en het opstarten van beschadigde installaties wordt geschat op 4–5 jaar. Daardoor blijft het aanbod krap, lopen brandstofprijzen verder op en werkt die stijging als een olievlek door de hele economie; inflatie is daardoor moeilijk te beteugelen. Actuele cijfers laten inflatie rond 2,7% zien, maar prognoses wijzen op een terugkeer naar 3% of hoger; in extreme scenario’s kan er nog eens 3,7% bijkomen, wat in de buurt van 7% totale inflatie zou komen.

Nederland is als open handelsland extra kwetsbaar: energieprijzen worden op de wereldmarkt bepaald, importprijzen stijgen, export verliest concurrentiekracht en veel bedrijven betalen relatief hoge energieprijzen. Dit leidt tot lagere groei, krimpende marges, uitgestelde investeringen en een groeiende groep huishoudens die financieel in de knel komt — spaargeld verdampt door inflatie en lage rentes en druk op pensioenen neemt toe.

De auteur richt scherpe kritiek op het kabinet: de regering reageert volgens het artikel te passief en kiest voor een beperkt steunpakket (besluit van 14 april 2026) dat volgens de inhoud weinig soelaas biedt. Belangrijke punten: de staat verlaagt de accijnzen niet (dit levert circa €1 mrd extra op), een korting van €0,10 per liter benzine zou de schatkist ongeveer €1 mrd kosten; het pakket bevat hogere reiskostenvergoedingen die zzp’ers en gepensioneerden niet helpen, €50 mln extra voor armoedebestrijding (te klein), en subsidies voor isolatie. In totaal blijft het steunbudget onder €1 mrd — minder dan de extra belastingopbrengsten van de hogere benzineprijs. Tegelijk wordt jaarlijks zo’n €3 mrd uitgegeven aan militaire steun aan Oekraïne, wat leidt tot maatschappelijke verontwaardiging over prioriteiten.

Die verontwaardiging kan sociale spanningen vergroten; vergelijkbare onrust woedt al in andere Europese landen. De auteur wijst ook op structurele oorzaken van kwetsbaarheid: sluiting van het Groningse gasveld, afhankelijkheid van EU-regelgeving en het ontbreken van strategische buffers en voldoende autonome industrie. Conclusie: dit is geen voorbijgaande crisiskous maar een langdurige terugslag op welvaart en welzijn — en de vraag blijft hoe lang Nederland op deze koers kan doorgaan.