NAVO-schepen Noordzeelanden moeten kabels en leidingen beter beschermen
In dit artikel:
Tien Noordzeelanden en de Europese Commissie hebben op de derde Noordzeeconferentie in Hamburg afgesproken om gezamenlijk militair te oefenen en met de NAVO samen te werken om onderzeese energie-infrastructuur beter te beschermen. Het gaat om elektriciteitskabels, transformatorplatforms, gaspijpleidingen en internetverbindingen die steeds vaker als doelwit van sabotage en spionage worden gezien. Aanleiding zijn in de afgelopen jaren gesignaleerde verdachte Russische schepen die infrastructuur in kaart lijken te brengen, beschadigde internetkabels en de explosie bij de Nord Stream 2-gaspijpleiding bij Bornholm.
De betrokken landen — Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, IJsland, Luxemburg — willen niet alleen de bewaking versterken, maar ook hun energie-onafhankelijkheid van buitenstaanders vergroten door de aanleg van windparken op de Noordzee te versnellen. Europa probeert de afhankelijkheid van Russisch gas en LNG te verminderen en ziet offshore wind als cruciaal; eerder was afgesproken om gezamenlijk 300 megawatt te realiseren, waarvan nu een derde met steun van de Europese Investeringsbank sneller moet worden aangelegd.
Er zijn voor het eerst ook afspraken gemaakt over gezamenlijke financiering van kabels en platformen, omdat opgewekte stroom vaak over grenzen heen vloeit — Nederland investeert de komende jaren vele tientallen miljarden euro’s, terwijl een deel van die elektriciteit in Duitsland terechtkomt en dus gedeelde kostenverantwoordelijkheid vraagt. Door netten onderling te koppelen kan vraag en aanbod beter worden gestuurd en neemt de noodzaak van gascentrales als back-up af. Om sabotage te voorkomen zullen marines en NAVO-oefeningen het risico op aanvallen moeten verkleinen, met als uiteindelijk doel dat twee derde van de energie uit de Noordzee komt.