Natuurjournaal 7 april 2026
In dit artikel:
Ringslangen zijn net uit de winterslaap; de mannetjes wakkerden eerder op en nu ook de vrouwtjes ontwaken is de paartijd begonnen. Vaak hebben meerdere dieren samen overwinterd, wat leidt tot zogenoemde paringskluwen waarin meerdere heren elkaar verdringen; meestal weet het grootste mannetje het uiteindelijke contact met een vrouwtje te maken. De piek van deze periode valt in april, soms loopt het paren door tot mei. Na de bevruchting vertrekken de vrouwtjes en de succesvolle — of inmiddels afgedropen — mannetjes naar hun zomerverblijven, bij voorkeur vochtige gebieden; rond het IJsselmeer is de kans groter ze te zien.
Ook verschijnen in het voorjaar weer paddenstoelen, waaronder morieljes, die onder liefhebbers hoog aangeschreven staan. De gewone morielje is zeldzaam en komt vooral voor in de duinen van Zeeland en Holland; in midden- en zuid-Nederland worden morieljes nog schaarser gevonden. Meestal vind je wel algemenere lente-morielsoorten zoals de kapjesmorielje, hersenkronkelmorielje en kegelmorielje; ze groeien op humusrijke bosgrond en leven van ondergrondse, dode boomwortels. (Tekstbron: Nienke Lameris, Nature Today; foto’s: Mircea Nita, Tonny van Hoecke.)