Natuurjournaal 4 januari 2026

zondag, 4 januari 2026 (07:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

4 januari 2026 — Op Nederlandse bodem zijn zowel het korstmos dat liefkozend “girafje” wordt genoemd (Cladonia gracilis) als de dorre stengels van de struisvaren goed te zien. Het girafje vormt kleine, rechte buisjes (podetiën) die vaak onvertakt eindigen in een puntje of kommetje; het groeit als pioniersoort op droge, voedselarme, zure grond in heide en stuifzand en houdt van veel zon. Naast Nederland komt deze korstmossoort ook voor in delen van Noord- en Zuid-Amerika, Azië, Australië en Nieuw-Zeeland, soms zelfs in berggebieden.

De struisvaren (van Midden-Europese oorsprong), die vaak uit tuinen is verwilderd, toont in de winter zijn omgekrulde, bruine vruchtbare bladeren waarop sporen zitten; die sporen worden pas in het vroege voorjaar vrijgegeven en geven dan weer frisse, groene pluimen. De onvruchtbare bladeren vormen waaiervormige, omhoog gerichte waaiers; de vruchtbare bladen blijven als enige bovengrondse delen in de winter overeind. Oude exemplaren van de varen kunnen soortenrijkdom herbergen, waaronder het piepkleine paddenstoeltje dat bekendstaat als het struisvarenbuisje. Tekst: Karen Bosma; beeld: Willem van Kruijsbergen, Urmas Ojango.