Natuurjournaal 3 januari 2026
In dit artikel:
De platte tonderzwam groeit op verzwakt loofhout en vormt vaak grote, meerjarige plakkaten doordat elk jaar een nieuwe buisjeslaag wordt aangelegd; de randen zijn meestal wit en soms is het bovenoppervlak bestoven met roodbruine sporen. Deze parasiet lijkt op de veelvoorkomende dikrandtonderzwam, maar onderscheidt zich microscopisch vooral door kleinere sporen. Een gemakkelijk zichtbaar onderscheid zijn echter de zogenaamde tepelgallen op de onderzijde van de buisjeslaag: die wijzen direct op de platte tonderzwam zonder loep.
Veel insecten zijn gespecialiseerd op paddenstoelen, waaronder ruim dertig Nederlandse soorten breedvoetvliegen. De tonderzwambreedvoetvlieg gebruikt de platte tonderzwam als waard en vliegt in de herfst alleen op deze soort om eieren te leggen. De larven boren zich in het vruchtlichaam, veroorzaken uitstulpingen (gallen), vreten het weefsel en groeien daar; later werken ze zich naar buiten via een gaatje, vallen op de bodem en verpoppen. Zo vormen die gallen een blijvend, zichtbaar bewijs van de interactie tussen paddenstoel en insect. (Tekstbron: Nature Today / Karen Bosma)