Natuurjournaal 26 mei 2026
In dit artikel:
Hazen brengen tussen februari en oktober jongen ter wereld, met een geboortepiek in april en mei. In plaats van een hol gebruiken ze een ondiep kuiltje in het gras, het zogenaamde ‘leger’, waar ook de haas zelf slaapt. De jongen zijn vanaf de geboorte behaard en met open ogen — ze zijn dus vrij zelfstandig vergeleken met konijnen — en liggen verspreid rond dat leger. De moederhaas komt alleen ’s avonds en ’s nachts om te zogen, waardoor de jongen overdag vaak alleen lijken te liggen. Een vrouwtje kan tot vier nesten per jaar krijgen met maximaal vijf jongen per worp. Omdat de haas in veel gebieden achteruitgaat, is het belangrijk gevonden jongen niet te verstoren en ze op hun plek te laten.
De gewone of veelbloemige salomonszegel bloeit in mei en juni met onopvallende, klokvormige bloemetjes die in een rij onder de stengel hangen; mannelijke bloemen zijn iets langer dan vrouwelijke. De bladeren staan verspreid langs de stengel en nemen een ‘jaloeziestand’ aan om zoveel mogelijk licht te vangen. De plant groeit vooral in loofbossen maar wordt steeds vaker in tuinen gezet. Dat is gunstig voor de gespecialiseerde salomonszegelbladwesp, die haar eitjes uitsluitend op deze plant legt; de witte larven met zwarte kop lijken op rupsen, maar hebben het typische aantal poten van bladwespen. (Bronnen: IVN Deventer, Nature Today)