Natuurjournaal 26 februari 2026
In dit artikel:
De topper en de pijlstaart zijn nog kort in Nederland te zien, maar de lente-trek zet langzaam in. De topper, een duikeend, overwintert in groten getale langs IJsselmeer en Randmeren en bij strenge vorst op de Waddenzee — deze gebieden hebben internationaal belang voor de soort. Toppers duiken volledig onder om vooral slakken en schelpdieren te bemachtigen, maar eten ook krabben, kleine vissen en zeegras. Mannetjes onderscheiden zich duidelijk van vrouwtjes: zwart kop, borst en staart met witte flanken en een lichtgrijze rug; vrouwtjes zijn overwegend bruin met een kenmerkende witte ring rond de snavelbasis.
De pijlstaart is in Nederland vooral als wintergast te zien omdat het land aan de zuidelijke rand van zijn uitgestrekte boreale broedgebied ligt. Het ijsvogelachtige profiel van het mannetje — lange scherpe staart en een donkerbruine kop met witte hals en buik — valt op in vlucht. Vrouwtjes lijken op wilde eenden maar hebben een donkergrijze snavel en een donkergroene vleugelspiegel. Pijlstaarten zijn grondeenden: ze voeren door te 'kopje onder' en eten hoofdzakelijk plantaardig materiaal, aangevuld met insecten en kleine visjes.