Natuurjournaal 24 mei 2026
In dit artikel:
Honderden jonge kruisspinnen en reebokken met verse geweien zijn nu zichtbaar in Nederland. De kruisspinnen beginnen hun leven in een zijden cocon die het vrouwtje in de herfst maakt; na uitkomen zijn de jonge spinnetjes klein, geel-zwart en zitten ze vaak met honderden bij elkaar in een fijn webje. In het voorjaar en vroege zomer verschijnen ze massaal en verspreiden ze zich later via 'ballooning': ze spinnen een dun draadje en laten de wind hen soms kilometers ver meevoeren. De jongen voeden zich met piepkleine insecten zoals mugjes en bladluizen en vervellen meerdere keren voordat ze het herkenbare rugkruis en het grotere formaat krijgen.
Tegelijkertijd zie je nu reebokken met nieuw gevormde stangen. Na het afwerpen in de winter groeien die geweien opnieuw vanuit een met bloed doorlopen, zachtere huidlaag (de bast). Het kraakbeen verandert snel in bot; zodra het gewei is uitgehard, schuren de bokken de bast eraf door langs takken te vegen. Die wrijvingen en contact met boomsappen en humus zorgen voor de uiteindelijke donkere kleur. Het vernieuwde gewei bereidt de bok voor op het paarseizoen, dat loopt van half juli tot half augustus.