Natuurjournaal 20 januari 2026
In dit artikel:
20 januari 2026 — In twee korte natuurportretten bespreekt Karen Bosma eerst de grote boompjesslak en daarna het vogeltje dat zijn naam eer aandoet: de winterkoning.
De grote boompjesslak leeft letterlijk met een stukje bos op de rug: zijn sterk vertakte uitsteeksels fungeren als camouflage en vergroten het ademende oppervlak. Cruciaal voor zijn voortplanting en bestaan is een hydroïdpoliep die penneschaft heet; die dunne, steelformige poliep vestigt zich op substraat en biedt zowel een plek om de eierstrengs onderaan rond te winden als voedsel voor de slak. Voor het voorkomen van de soort is het dus doorslaggevend dat penneschaften aanwezig zijn. In Nederland zijn er inmiddels drie boompjesslaksoorten erkend — waar ooit één soort werd gezien, leidden DNA-studies tot opsplitsing in grote en kleine boompjesslak, waarna de kleine soort nogmaals in tweeën werd gedeeld (onder meer een onverwachte boompjesslak).
Het tweede portret gaat over de winterkoning, een piepkleine maar vocaal opvallende vogel die ook in de winter luid zingt en jaarrond territoria bewaakt om voedselbronnen te sichern. Die constante verdediging met zang verklaart waarom ze in tuinen en op klassieke wintertaferelen vaak opvallen. Omdat ze snel afkoelen en veel energie verliezen bij lage temperaturen, zijn voedsel en rustplekken levensbelangrijk; bij extreme kou zoeken meerdere winterkoningen soms gezamenlijk een nestkastje op om elkaar warm te houden. Beeldmateriaal bij het stuk is van Peter H. van Bragt en Iztok Skornik (Saxifraga).