Natuurjournaal 19 mei 2026
In dit artikel:
In de natuur komen niet alleen vogelkoekoeken voor; ook allerlei insecten gebruiken vergelijkbare parasitaire strategieën. Verschillende vliesvleugelige soorten — samengevat als koekoeksbijen, -wespen en -hommels — leggen hun eitjes in nesten van andere bijen. Viltbijen (bijvoorbeeld de heideviltbij Epeolus cruciger) parasiteren onder meer zijdebijen en slobkousbijen: zij zelf bouwen geen eigen nest, maar zorgen dat hun jongen in een gastnest terechtkomen. Volwassen viltbijen zoeken toch wel eens een plek om uit te rusten of te schuilen en worden soms hangend aan stengels aangetroffen, poten en vleugels ingetrokken, soms met meerdere dieren bij elkaar.
Onder vlinders is het gentiaanblauwtje een bekend 'koekoekje' in Nederland. De rupsen laten zich in de zomer door bos- of moerassteekmieren meevoeren naar hun ondergrondse mierenkolonies, waar ze via geluid en zoete afscheidingen door de mieren geaccepteerd worden. Binnen het nest worden de larven gevoed door de mieren en kunnen ze bij voedseltekort zelfs mierenbroed eten. Over enkele weken, vroeg op de ochtend, verpopt en ontpopt de vlinder en vlucht vervolgens uit de kolonie, ontwijkend de nu woedende mieren.
Dergelijke voorbeelden illustreren convergente evolutie van broedparasitisme: verschillende insectengroepen benutten gastouders voor bescherming en voedsel, met complexe gedrags- en chemische aanpassingen om acceptatie te verkrijgen.