Natuurjournaal 18 januari 2026
In dit artikel:
De groenblijvende gaspeldoorn (gaspeldoorn / gorse, Ulex) staat nu al in bloei met karakteristieke frisse gele vlinderbloemen; de hoofdbloei komt in het voorjaar. Deze geharde struik, met stekelige takken en priemvormige bladeren, biedt door zijn doorns een veilig onderkomen voor kleine dieren. Gaspeldoorn komt voor op schrale zandgronden in Midden- en Oost-Nederland en in kustduinen. De naam verwijst naar een oud woord voor gesp of haak; de stekels zouden ooit als kledingspeld zijn gebruikt.
De citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) overwintert als volwassen vlinder (imago). Vorige herfst zoeken ze beschutte plekjes tussen bladresten of in groenblijvende struiken zoals klimop en coniferen. Wie de tuin niet helemaal kaalmaait in de winter, kan dus overwinterende citroenvlinders huisvesten; zij verdragen gemakkelijk vorst van ongeveer −10 tot −20 °C. Het voordeel van overwinteren als imago is dat citroenvlinders in het voorjaar tot de eerste voorbijgevlogen soorten behoren.